BARF handleiding

Een handleiding tot B.A.R.F.

B.A.R.F. Dit is de afkorting voor ‘Bones And Raw Food’ of ‘Biologically Appropriate Raw Food’. Het is een kreet die gelanceerd is door de Australische dierenarts Ian Billinghurst (Auteur ‘Give your dog a Bone’) als naam van een door hem ontwikkelde voermethode voor de hond. Inmiddels is de naam B.A.R.F. algemeen ingeburgerd en staat het voor het zelf samenstellen van hondenvoer met rauwe (geschikte!) vleesbotten, rauw vlees, rauw orgaanvlees, rauwe gepureerde groentes en geschikte extraatjes.

Door voor voldoende afwisseling in vleessoorten te zorgen, bewerkstelligen we dat het aanbod aan verschillende nutriënten dusdanig is dat de hond niks tekort komt aan vitaminen/mineralen. Hierdoor is het gebruik van premixen zoals deze in commerciële diervoeding gebruikt worden voor ons overbodig.

Een ander essentieel onderdeel van deze voermethode is dat het voer in grote stukken gegeven wordt, zodat de knaag- en kauwbehoefte van de hond ook bevredigd wordt. Een ander voordeel hiervan is dat de gebitten veel schoner blijven én het voer langer in de maag blijft, waardoor de nutriënten beter opgenomen worden.

*****Noot: Gemalen diepvries-verse hondenvoeding is dus geen B.A.R.F. Ook al willen de fabrikanten daarvan je graag anders doen geloven.

Wanneer je B.A.R.F. voert geef je niet iedere dag een complete uitgebalanceerde maaltijd, maar werk je naar een compleetheid per week of twee weken toe. Je geeft dus b.v. vandaag alleen een vleesbot met wat lever en een eitje en morgen wat orgaanvlees met spiervlees en groente. Je mag best iedere dag van alles een beetje geven, maar het hoeft absoluut niet.

Richtlijnen

Wij voeren onze honden middels de volgende richtlijnen.

40% vleesbotten
25% spiervlees
20% orgaanvlees
15% overigen (groenten/eieren/zaden)

Binnen deze richtlijnen kan er nog geschoven worden en in de praktijk komt het echt niet op een procent meer of minder. Dit model valt binnen het prooidiermodel, wat inhoudt dat we zoveel mogelijk een prooidier proberen te benaderen en door voldoende afwisseling te bieden alle benodigde nutriënten uit het voer te halen, zodat het toevoegen van vitaminepreperaten overbodig is.

Vleesbotten.

Dit zijn eetbare, zachte botten, meestal van gevogelte, die bestaan uit ongeveer de helft vlees en de helft bot.
Voorbeeld: een kippenvleugeltje is 70% vlees en 30% bot. Als je dit vandaag voert, mag je morgen een vleesbot geven die minder bevleesd is en zo kom je gemiddeld op een vleesbot van 50/50 uit.
Een vleesbot is een bot met vlees eraan. Een bot waar geen vlees aan zit is geen vleesbot, dat is een kaal bot en kale botten voeren we niet. Althans, die voer ik niet.

Vleesbotten zijn een belangrijk onderdeel van het menu daar deze voor o.a. calcium zorgen en calcium zorgt op zijn beurt weer voor het transport en opname van andere nutriënten. Daarbij komt het gebit ook tot z’n recht en blijft lekker schoon als de hond regelmatig een lekker vleesbot krijgt.

Je kunt alleen botten voeren van jonge dieren zoals lam, geit en gevogelte, (rund/kalf is altijd te hard) en dan de niet-dragende botten van het skelet zoals ribben, wervels.

*****Noot: Een aantal “BARF-onderdelen leveranciers” bieden runderribben aan. Deze zijn levensgevaarlijk om te geven en ik adviseer dan ook met klem deze nooit aan je hond te geven. Niet als voeding, maar ook niet voor de lol. Deze ribben splinteren als een gek en als het gebit er niet op sneuvelt dan zijn de stukken die er vanaf kunnen breken en opgegeten worden zo onverteerbaar dat ze vlijmscherp zoals ze zijn in maag en darm grote schade kunnen aanrichten. Dit geldt overigens ook voor de mergpijpjes en andere stukken koeiepoot. NIET doen dus. Let op! Dit geldt ook voor botten die (mee)gekookt zijn, zoals kippenbotjes van gekookte/gegrilde of anders opgewarmde kip. Het verhittingsproces verandert de structuur van de botten dusdanig dat het verandert in vlijmscherpe gevaarlijk splinterende botten. De ‘R’ van BARF staat niet voor niet voor Raw of Rauw.

Wat zijn geschikte vleesbotten.

Kipkarkas (dit blijft over nadat de poelier de filets en de poten en vleugels verwijderd heeft) (poelier)

Kippennekken (poelier, islamitische slagerij)

Hele kip (losse stukjes zoals poten, vleugels e.d. mogen ook) (poelier, Aldi, Lidl)

Kwartels (meestal zijn deze met organen en dus een compleet “prooidier”. (Makro, poelier)

Geitenribben (alleen van jonge dieren) Nog niet geschikt voor melkgebitjes. (islamitische slagerij)

Lamsribben (alleen van jonge dieren) Nog niet geschikt voor melkgebitjes. (islamitische slagerij)

Kwartel(karkas)

Parelhoen(karkas)

Konijn/Haaskarkas

Eendkarkas (poelier, islamitische slagerij)

Eendebouten Nog niet geschikt voor melkgebitjes (poelier, islamitische slagerij)

Viskop (qua smaak vinden ze de zalmkoppen vaak het lekkerst en kabeljauwkoppen vinden veel honden niet te knagen) (visboer)

*****Noot: Naast de “gewone” winkels zijn er in NL inmiddels veel thuisbezorgende BARF-leveranciers. Deze vind je vrij makkelijk via het internet.

Gevogelte tot aan jonge eend kan wel in zijn geheel gevoerd worden. Gevogelte-karkassen (karkas = datgene wat overblijft als de filets eraf gesneden zijn) zijn heel geschikt als vleesbot. Lekker zacht bot, met vaak nog een flinke hap vlees eraan. Soepkippen zijn vaak te oud, evenals kalkoen en gans.

Geef nooit kale botten. Hebben je botten wat weinig vlees geef er dan een bodempje vlees of pens bij, maar laat dit uitzondering zijn en geen gewoonte want een bevleesd bot gedraagt zich anders/beter in de maag dan een kaal bot waar wat los vlees bij gegeten wordt. Zorg dat de stukken die je geeft (op een kippennek na) altijd zo groot zijn dat ze niet in één keer doorgeslikt kunnen worden. Geef b.v. nooit één enkele rib, maar altijd een paar aan elkaar zodat het verplicht kluiven is. Is het teveel voor één maaltijd dan haal je na een tijdje het bot weg en geeft dat b.v. de volgende dag weer. Geef nooit een groot bot zonder toezicht.
Herstel….geef nooit eten zonder toezicht (ook geen bak brokken)

Spiervlees

Spiervlees is simpel gezegd het vlees dat het skelet bij elkaar houdt. Binnen ons model wordt er circa 25% spiervlees gevoerd. Dit hoeven niet altijd aparte stukken te zijn. Indien je b.v. een hele kippenpoot voert, dan zit daar procentueel zoveel vlees aan dat je voor het model geen extra los vlees meer hoeft te voeren naast het vleesbot/kippenpoot.
Veel gebruikt is het runder/kalfskopvlees, vaak voordelig te verkrijgen bij slagers die nog zelf slachten. Maar in de supermarkt, laat in de zaterdagmiddag, liggen ook vaak leuk afgeprijsde pakken met rundvlees die zeer geschikt zijn voor dit doeleinde. De vleeskwaliteit (vet/zeentjes) is voor de honden niet belangrijk, sterker nog, liever een vet stuk runderlap dan een mager biefstukje. Haal bij schenkels altijd het botje eruit, dit is meestal zo klein en hard dat het een gevaar (bijvoorbeeld verstopping) op kan leveren.
Islamitische slagerijen kunnen vaak voordelig geitenvlees leveren, of verkopen geitenribben met zoveel vlees eraan dat je geen los vlees meer hoeft bij te geven.

Visvlees valt hier ook onder. We geven dan het liefst vette soorten vis zoals sardines, makreel, zalm(kop) en/of verse haring. Vis geef je niet vaker dan twee keer per week.

Orgaanvlees.

Het binnenwerk van het prooidier. Hiervan geef je circa 15/20% en daarvan mag de helft pens zijn en de rest is lever/hart/maagjes/niertjes.
Aangezien orgaanvlees een min of meer laxerende werking heeft is het handig om het aandeel orgaanvlees over meerdere maaltijden te verdelen.
Alle organen hebben hun eigen samenstelling aan nutriënten. Je kunt dus niet zomaar een orgaansoort achterwege laten. Is iets niet te verkrijgen of eet de hond het absoluut niet dan zul je moeten compenseren. Bijv. indien er geen lever gegeten wordt, dan moet je levertraan bijvoeren.
Ik haal hier alleen even de lever aan omdat die het meest geweigerd wordt van het orgaanvlees. Soms kan het al verschil maken of je runder- of lams- of kippenlever aanbiedt. Kan je aan biologische lever komen, dan is dat helemaal mooi, want die wordt door de grootste ‘levereetweigeraars’ nog graag gegeten.

De meest gevoerde organen zijn:

Pens (rund/lam/schaap)
Pens is één van de magen van de herkauwer. Het meest ideale is vuile pens, maar dit is wat moeilijker verkrijgbaar. Vuile pens bevat namelijk nog wat maaginhoud van het dier en in die maaginhoud zitten enzymen die de vertering van plantaardig materiaal bevorderen. Pens wat verpakt ligt in de supermarkt is nooit vuil, dat is wettelijk zo geregeld i.v.m. het aantal bacteriën die vuile pens bevat.

*****Noot: Soms wordt beweerd dat pens gelijk is aan spiervlees. Dit is niet waar, pens is een maag, dus een orgaan.De enige reden om pens als spiervlees aan te merken en het als zodanig te voeren (dus als ruim 40% van het totale menu) is de prijs. Ook wordt beweerd dat pens een complete maaltijd zou zijn, omdat de calcium/fosfor-verhouding ideaal zou zijn. Ook dit is niet waar. Behandel pens dus als wat het is, een orgaan.

Hart (kip/rund/lam)
Een stukje orgaanvlees wat erg rijk is aan nutriënten. De meeste honden eten het graag en omdat er ook mensen zijn die het graag eten (:-X) is het redelijk makkelijk verkrijgbaar, maar helaas soms wel behoorlijk aan de prijs.
Islamitische slagerijen en de Makro verkopen lamshart en runderhart. Kippenhart ligt bij de poelier.

Niertjes (rund/schaap)
Heel gezond, maar niet altijd even makkelijk te verkrijgen. Worden goed verdragen.

Groenten/overig
Groenten hebben ook hun functie binnen het menu. Naast leverancier van verschillende vitaminen/mineralen/anti-oxydanten is het ook een bron van vezels wat goed is voor de darmperalstiek. Ook wat groente betreft is variatie het toverwoord. Rauwe onbewerkte groenten kan een hond niet verteren. Daarin zullen we een handje moeten helpen. Je kunt mixen maken door verschillende rauwe groenten tot pulp te malen en dit te geven. Voor die honden die dit niet te knagen vinden kan je ook licht gekookte groente geven. Je kunt alle groenten geven, op prei en uien na.

Supplementen

Naast het vlees en de groenten kun je het menu sturen en verbeteren met supplementen. In deze bedoel ik geen supplementen in de vorm van een vitaminepil, maar in de vorm van verschillende zaden en/of kruiden die allen hun eigen kwaliteiten hebben. Deze zaden hoef je niet altijd te geven, die geef je naar behoefte.

Gemalen zaden zijn b.v. pompoenzaden (bron magnesium en werkt tevens wormafdrijvend) sesamzaad (rijk aan calcium), alfalfazaden (werkt ontgiftend, bevat veel vit. E en daarnaast vit. A en K) Wij geven deze zaden zo gemiddeld eens per 14 dagen een theelepeltje.

Aan supplementen geven wij alleen 3 x per week een theelepel gedroogde zeewier bij. Dit voor de mineralen en het jodiumgehalte. In plaatst van gedroogd zeewier kun je ook een kelptabeltje geven.

Minstens 2 x per week een kompleet rauw eitje, dus met schaal is supergezond!

Pups en B.A.R.F

Pups en volwassen honden eten in principe hetzelfde. Alleen de hoeveelheid verschilt. Een heel jonge pup eet al snel 2 tot 3 x zoveel als een volwassen hond van hetzelfde gewicht. Zo’n grote hoeveelheid is moeilijk in één keer te verwerken voor een pup en daarom krijgt een pup/jonge hond tot ongeveer 1 jaar eerst drie en vanaf een maand of 5 á 6 twee keer per dag. Zolang pups nog hun melkgebit hebben geef je alleen zachte botten, dus van klein gevogelte. Zodra het volwassen gebit helemaal door is kunnen wat grotere botten gegeven worden. Geef echter geen hele harde knaagbotten om b.v. het wisselen te bevorderen of om de knaagbehoefte te bevredigen omdat het gebitscement op die leeftijd nog niet op volle sterkte is. Een flinke beschadiging van het gebit is dan een mogelijk risico.

Oudere honden en B.A.R.F.

Ook oudere honden blijven in principe gewoon hetzelfde eten. Echter gaat met de achteruitgang van de functies van nieren, lever e.d. ook de vertering wat achteruit en zie je dat de wat hardere botsoorten niet meer goed verteerd worden. Geen probleem, gewoon niet meer geven dan. Hou het dan op klein gevogelte, daar is ook voldoende afwisseling in te krijgen. Wanneer er sprake is van verminderde nier- of leverfunctie of artrose dan moet je het rood vlees te vervangen door wit vlees, van gevogeltje en/of witvis.

*****Noot: Honden met een sterk verminderde nier- of leverfunctie moeten een aangepast menu krijgen. Het gaat binnen deze handleiding te ver om daar dieper op in te gaan.

Deze twee groepen honden zijn de enige twee voor wie gemalen voeding handig en geoorloofd is. Bij pups voor het afspenen en bij oude honden omdat daar vaak het gebit niet meer oké is en de vertering soms niet meer optimaal is. Voor elke andere gezonde jonge hond met een normaal volwassen gebit is het voeren van grotere stukken vlees en bot veel beter dan het voeren van gemalen spul.

Hoe nu tot een menu te komen?

Ik zal proberen aan de hand van een voorbeeld dit uit te leggen.

Eerst voor een pup, tenslotte kun je niet jong genoeg beginnen 🙂

We gaan even uit van een lichaamgewicht van 10 kg.

Een pup eet gemiddeld 50 gram per kilo lichaamsgewicht, dus zou hij 10×50 gram = 500 gram per dag moeten hebben.

Voor een week is dat dan 500 gram x 7= 3500 gram.

40% van 3500 gram = 1400 gram vleesbotten (kippennek/vleugel/karkas/hele vis, kwartel, kwartel-/parelhoen-/konijn-/haaskarkas)

25% van 3500 gram = 875 gram spiervlees (kopvlees/rundergehakt/kippenvlees/geitenvlees)

20% van 3500 gram = 700 gram orgaanvlees (pens/lever/niertje/hart/maag)

15% van 3500 gram = 525 gram overig (groente/tafelrestje)

Dit is voldoende voer voor één week. Hier kun je porties van maken en dat dagelijks geven. Ieder portie kan verschillend zijn, niet alles hoeft in één dagmaaltijd verwerkt te zitten. Wanneer je voldoende afwisselt met orgaan, groente en verschillende diersoorten dan kan er niks mis gaan.

Voor een volwassen hond werkt het hetzelfde, alleen eet een volwassen hond gemiddeld zo’n 20 tot 30 gram per kilo lichaamsgewicht.

Voor een volwassen hond van 35 kilo zou het verhaal er dan zo uitzien.

35 x 20 gram= 700 gram voer per dag

Voor een week is dat dan in totaal 7 x 700 gram = 4900 gram

40% van 4900 gram = 1960 gram vleesbotten

25% van 4900 gram = 1225 gram spiervlees

20% van 4900 gram = 980 gram orgaanvlees

15% van 4900 gram = 735 gram overig

Er staat 20 tot 30 gram per kilo lichaamsgewicht. Heb je een zeer actieve hond, dan kan het best 35 gram per kilo lichaamsgewicht zijn. Is je hond een couchpotato, dan zal het eerder 20 gram zijn. Kijk gewoon naar de dikte van je hond. Is hij te schraal, geef je wat meer, wordt hij te dik, dan geef je wat minder.

Ben je na dit verhaal geïnteresseerd om ook zelf te gaan samenstellen, dat heb je nu waarschijnlijk 100 vragen openstaan.

We staan altijd open voor die vragen. Stel ze gerust, we helpen je graag op weg.

Op het forum www.barfplaats.nl vind je veel interessante documentatie over BARF, voorbeeldmenu’s, leveranciers en ook kun je daar je vragen kwijt.

Begin 2015 heeft Lizzy Plat -Coelers……mijn vriendin én oprichtster van  Barfplaats eindelijk haar boek over het zelf samenstellen van rauwe verse voeding voor honden uitgegeven.

Rauwe voeding voor honden.
Auteur: Lizzy Plat-Coelers Paperback Pagina’s: 142

Steeds meer Nederlanders worden bewust van de voordelen van gezond eten en voor onze honden zijn die voordelen niet anders. Rauwe voeding voor honden is een natuurlijke manier van zelf voeding samenstellen voor honden door gebruik te maken van de beste ingrediënten.
Twijfel je aan de brokken of het blikvoer dat je hond eet? Zou je graag een natuurlijke voeding aan je hond willen voeren? Wil je graag leren om zelf voeding samen te stellen, maar durf je de stap niet te nemen? Of lijdt jouw hond aan gezondheidsproblemen voor wie rauwe, verse voeding misschien een uitkomst kan bieden? Dan biedt dit boek je de kans om te leren wat je moet weten om op een veilige en verantwoorde wijze rauwe, verse voeding samen te stellen voor je pup, volwassen of senior hond!

Dit boek is ook te bestellen via onze website: http://www.plaza33.nl/shop/index.php?main_page=product_info&cPath=528&products_id=20257

Geef een reactie