DIY: De antiorenklappermuts versie 2.0

Ter lering en vermaak  :angel2:
Jane had een bloedoor. En een bloedoor irriteert, is ook wat pijnlijk, dus wat gaan ze doen…klapperen. En als er iets is wat de boel alleen maar erger maakt is het klapperen met de oren, dus dat moest gestopt worden.
Versie 1.0…dachten we even simpel klaar te zijn door van een t-shirt een stuk mouw af te knippen en die over haar kop heen te trekken. Nah, 2 x klapperen en je had of een leuk sjaaltje, of een blinddoek.
FAIL  :2funny:

Dus moest er even nog een hersencel geactiveerd worden, wat resulteerde in de antiorenklappermuts versie 2.0
Zo ziet die eruit:



Hier zit de muts wat ruim, aangezien dit niet Jane is maar Heather en die heeft een veel kleinere kop.


En zo maak je ‘m.
Men neme rekbare stof. Oud T-shirt will do.
Je meet de halsomtrek, want daar mag die natuurlijk absoluut niet knellen. Je meet ook de omtrek van het hoofd net achter de ogen.
De bovenkant knip je een beetje rond in de vorm van het hoofd. Simpel is dan om dat ding eerst van boven en aan de achterkant dicht te maken, zo ook de voorkant met open te laten het stuk waar de snuit zo doorheen moet dicht te stikken, over de kop heen te trekken en de punt die dan op het achterhoofd ontstaat knip je eraf en stik je opnieuw.
De voorkant gaat ook niet meteen passen en als die toch om die kop getrokken zit speld je (of bij kortharige stilzittende honden knip je) de overtollige stof aan de bovenkant af.
In dezelfde zucht zet je even een krijtstreep of speld op de plek van de ooraanzetten.
Die ooraanzetten knip je open en werk je af. Zigzagrandje will do.
Dan maak je een klep van enkele stof die ongeveer de lengte van het oor heeft en stik je die boven het gat van het auwoor. Wil je een all round multifunctionele muts, dan maak je meteen een klep aan beide kanten.  Die klep stik je over 2 zijden vast aan de muts. De andere zijden maak je sluitend met b.v. een knoopje/drukkertje, strikjes mogen ook, als die maar dicht kan.
Dan trek je muts over de kop, haalt de oren door de gaten heen. Hierdoor kan de muts niet meer verschuiven of afzakken. Vervolgens prop je het auwoor onder het klepje, sluit ‘m af en het oor kan nergens meer heen als ze toch nog doorschudden met de kop. Maar meestal is het net als met muggebeten, even niet meer prikkelen, irritatie trekt weg en het klapperen wordt vanzelf minder.
Naast dit alles heb ik haar voor ongeveer een dag of 4 Traumeel gegeven. Het oor heeft nog zo’n 3 dagen doorgebloed. Maw, in die tijd is de bult nog groter geworden. Daarna werd die zacht en soepel en trok die langzaam weg.
En zo hebben we een bloedoor weer eens overleefd zonder gehak en gesnij en gestik in zo’n oor en ziet er oor er nog steeds prima uit.

PCD

 
Primary Ciliary Dyskinesia

In het kort dus PCD.
PCD is een erfelijke ziekte die afwijkingen aan de luchtwegen veroorzaakt, die uiteindelijk na korte (paar weken) of wat langere tijd (paar maanden) onherroepelijk tot het overlijden van de hond leidt.

In Jip & Janneketaal…..In de bronchiën zitten haartjes, die ervoor zorgen dat er met de ingeademde lucht geen vuil in de longen kan komen. Als je PCD hebt werken deze haartjes niet goed en komt er wel vuil in de longen. Dit vuil veroorzaakt continue luchtwegproblemen, longonstekingen met griepachtige verschijnselen daarbij zoals een snotneus e.d. Soms is het even tegen te houden met genoeg antibiotica, maar de hond overlijdt altijd en op jonge leeftijd aan deze verschijnselen.

PCD veroorzaakt nog meer manco’s in het lichaam. Zo zijn organen soms verkeerd om aangelegd en reuen zijn (gelukkig) bijna steriel.
Naar mensen toe vertaald lijkt de ziekte veel op Cystic Fibrose…Taaie slijmziekte.

Een hele vervelende ziekte dus.

Maar er is licht aan het eind van de tunnel.

De ziekte vererft namelijke enkelvoudig recessief en daar kunnen we wat mee.
Heeft een pup PCD, dan zijn pa en moe automatisch drager. Maar op deze manier kom je er dus alleen door schade en verdriet achter.

Dankzij een fokker die deze ziekte bij haar honden ontdekte en dit liet uitzoeken, is er nu een DNA test beschikbaar waarmee je kunt controleren of je hond drager is van deze ziekte.
Je hond kan lijder zijn…en dan is die ziek.
Of drager..die is nooit ziek
of vrij….spreekt voor zich….nooit ziek.
 
Wil je voorkomen dat deze afschuwelijke ziekte in je nest voorkomt c.q. zich verder verspreid onder het ras, dan kun je dus een DNA test doen. Hierdoor kun je dan zien of je hond drager is of vrij. Kruis je vervolgens je drager enkel met een vrije hond, kunnen er nooit lijders geboren worden.
Op deze manier kun je voorkomen dat je de ziekte doorgeeft en verspreidt zonder dat er genetisch materiaal verloren hoeft te gaan. Maar beter nog, je kan het leed voorkomen wat PCD veroorzaakt.

Meten is weten dus.

HIER vind je een lijst met honden die vrij (+/+) zijn, of drager (MUT1/+)

pcd  Hier vind wetenschappeljke informatie over PCD bij de OES. In engels.

HIER…Joetjoepje over het tot stand komen van de PCD DNA test voor Bobtails.

Je kunt je hond laten testen door middel van testen van bloed of een swab.  Je kunt dat in laboratoria in Frankrijk en Tjechië laten doen. Test is identiek, alleen de Tjech is een paar tientjes goedkoper.

We blijven wel Ollanders natuurlijk.

Beessiesbestrijding

Beessiesbestrijding à la Lique

Omdat ik niet de onschuldigheid en de effectiviteit zie van de reguliere middelen die onze dieren zouden moeten beschermen tegen ongedierte zoals vlooien en teken heb ik mijn eigen behandelplan uitbedacht. Net als bij de reguliere middelen zijn mijn honden met mijn alternatieve behandelmethode niet 100% gevrijwaard van beessies. Maar ik heb ze in ieder geval ook niet geschaadt met de zogenaamde onschuldige Botlekpipetjes – en spraytjes.

Een goede weerstand en conditie van onze honden zorgt al voor een groot deel voor de bescherming tegen een grote infectie van vlooien. Ik denk dat door onze manier van (schoon) voeren en gezonde leefomstandigheden het hier met die weerstand wel goed zit.

Om het bloed wat onsmakelijker te maken en de weerstand te verhogen krijgen ze een paar keer per week een knoflooktablet. Ik doe een tablet omdat stukjes door het voer niet zo praktisch is en veelal tegen de keukenkastdeurtjes aan belanden waardoor de effectiviteit wat afneemt.
Daarnaast verhoog ik vanaf het voorjaar de hoeveelheid gedroogde zeewier. Normaal krijgen ze 3 á 4 keer per week een eierlepel, in de beessiesperiode krijgen ze dagelijks een eierlepel zeewier.

Voordat ik met ze naar het bos ga spray ik de vachten in met een mengsel van water en etherische oliën. Hiermee kill je geen teken, maar teken houden niet van etherische oliën, dus zijn ze wat sneller geneigd om een hond verder te springen. Deze sprays zijn als “kant en klaar” te verkrijgen, maar gezien de hoeveelheid die we hier gebruiken meng ik het zelf. De etherische oliën die ik daarbij gebruik zijn Teatree, Eucalyptus, Geranium en Citroen en/of Lemon.
Thuisgekomen worden de honden natuurlijk helemaal gecontroleerd op aanwezige tekenspinnetjes, zo ook de uren daarna omdat de teken dan aan de wandel zijn naar de dunbehuide delen van de hond. Snuiten, oksels en liezen zijn dan fijne plekjes voor ze, dus die krijgen extra aandacht.

Een teek die al vast zit verwijder ik met een tekentang. Niet verdoven, trekken e.d want dan wordt het pas echt een rommeltje. Gewoon tekentang erop en rustig draaien. Linksom/rechtsom, maakt niet uit. Teek kan toch geen klok kijken.
Blijft er per ongeluk eens een pootje hangen, niet getreurd, deze komt er vanzelf uit. Laat de teek een bultje/gaatje achter dan kun je deze eventueel ontsmetten, maar echt noodzakelijk is het niet.

Omdat een deel van de teken in Nederland besmet zijn met de Lyme- bacterie krijgen de honden preventief dagelijks een onderhoudsdosering colloidaal zilverwater. Dit werkt als een natuurlijk antibioticum en zou ze moeten beschermen tegen deze bacterie als ze per ongeluk eens een besmette vastgebeten teek hebben.

Omdat het gebied waarin we wandelen niet zo overbevolkt is door honden is de infectiedruk voor vlooien relatief laag. Toch is het niet te voorkomen dat b.v. Angels van een show een vlo mee naar huis brengt. Omdat hier niemand een vlooienallergie heeft wordt er niet vlot gekrabd als iemand een vlo heeft en zo kan het gebeuren dat we al 10 vlooien verder zijn voordat ik het opmerk . Als ik zie dat er vlooien zijn gaat de hele ploeg in bad. Ik was ze dan grondig met een shampoo wederom met etherische oliën en mits goed gewassen (dus goed nat maken, goed insoppen, shampoo minstens 6 minuten laten inwerken) zijn ze daarna allemaal weer vlovrij. De shampoo die ik dan gebruik is dan een neutrale die ik zelf weer aanleng met eerder genoemde etherische oliën.

Ik geef toe….het is even werk. Maar op deze manier houden we de boel al jaren Botlekpipetjes vrij zonder dat we weggedragen worden door het ongedierte. En dat is natuurlijk ook wat waard.

Spik en span in 10 stappen.

1) Borstel het haar op het hoofd goed door. Let daarbij vooral op klitten achter en onder de oren. Kam het oor als het goed doorgeborsteld is nog even door met de medium kam, zodat ook de klitjes op de oorrand meegenomen worden. Bind het haar wat voor de ogen valt op met een elastiekje of speld zodat de hond zicht heeft.

2) Borstel de beharing in de nek goed door. Kam deze naderhand door met de supergrove kam, om dit gebied wat uit te dunnen zodat de hond wat meer nek toont en minder propperig lijkt. Ook verminderd het uitdunnen van de hals de klitvorming op de plekken waar de halsband zit.

3) Borstel de gehele vacht goed door. Onderaan beginnen en dan laag voor laag naar boven. Telkens totdat je de huid ziet. Doe dit zo’n 1 keer per week. Bij nat weer kan het noodzakelijk zijn om een keer vaker te borstelen. Controleer met de supergrove kam of er geen klitten zijn achtergebleven.

4) De achterhand kan ook wat uitgedund worden met een kam. Zorg dat het haar rond de anus vrij is van ontlastingsresten. Knip vlak rond de anus (circeltje 2cm.) het haar weg zodat daar geen ontlasting aan kan blijven plakken.

5) Als de broek goed doorgeborsteld is kan deze met de efileerschaar wat uitgedund en gefatsoeneerd worden. Scheer of knip het haar in de liezen kort. Doe dit zodanig dat het vanaf de buitenkant niet zichtbaar is. Indien u dit niet weg wilt/kunt knippen, borstel dit gebied dan voorzichtig met een borstel door.

6) Borstel de poten voorzichtig door. Begin bij de voetjes met de flexiborstel, hiermee borstelt u dan meteen zand e.d uit het haar. Ook de klitten die zich tussen de tenen vormen haalt u daar simpel mee weg. Controleer regelmatig of er geen klitten tussen de voetzolen zitten. Knip het haar daar regelmatig kort. Dit scheelt ook in de hoeveelheid zand die mee in huis genomen wordt. Controleer ook regelmatig of de zijnagels (meestal alleen aan de voorpoten) niet te ver doorgroeien.

7) Een reuenverhaal :-) Houdt het gebied rond de penis kort van haar. Dit voorkomt dat de reu al te veel tegen zijn eigen haar plast. Knip vóór de penis een klein plasgootje van circa 5×5 cm. Maak dit gebied regelmatig schoon zodat de hond niet naar urine gaat stinken, maar ook omdat het haar daar anders erg plakkerig en vuil wordt. Snel en simpel schoonmaken dat gebied schoonmaken doen wij met een vochtige hondenzeem en een droogshampoo.

8) Borstel de voorpoten goed door. Let daarbij vooral op dat de binnenzijde van de poot niet vergeten wordt. Ook de oksels vragen extra aandacht omdat daar snel klitten ontstaan. De haren in de oksels eventueel kort knippen en anders voorzichtig uitborstelen met de universeelborstel.

9) Kam de snor en baard (het garnituur) voorzichtig door en zorg dat alle klitjes en etensresten verwijderd zijn. Heeft u zo’n loslippige oes die altijd met een drijfnatte sik rondloopt, knip dan een gootje van een paar centimeter lang in zijn baard zodat het water/slijm niet meer naar de keel toe kan stromen. Dat gootje komt ongeveer op de plaats waar u onder de bek een kuiltje voelt. Maak het garnituur regelmatig schoon om verkleuring en een stinkende baard te voorkomen. Even snel opfrissen na het eten o.i.d. doen wij met een vochtige hondenzeem en een droogshampoo. Is de baard erg vuil was deze dan even goed met een witwasshampoo.

10) Verwijder dagelijks het opgedroogde traanvocht (soep) uit de ooghoeken. Dit kan als het goed droog is met een kammetje of uw vingers. Is de soep nat, gebruik dan een watje met lauw water of wat oogtraanreiniger. Controleer de oren op onregelmatigheden (overmatig smeer, mijt, grasaar) en haal met regelmaat de haren uit de gehoorgang.

Vachtverzorging

Op deze pagina geef ik een suggestie over hoe je je Old Englisch Sheepdog met zijn prachtige vacht kunt onderhouden.
Af en toe zal ik onderscheid maken tussen de huishond en de showhond.

Het handigst is om je hond op een trimtafel te borstelen. Het is vrij eenvoudig de hond van pup af aan te wennen dat hij/zij op tafel geborsteld wordt. Borstel, borstel, koekje erin, braaaaaafff. Doe dit met een pup heel vaak en “op tafel” wordt vanzelf een feest.
Omdat je op deze manier minder snel last van je rug krijgt en de hond lekker op de tafel kan gaan liggen blijft de borstelbeurt plezier voor twee.

Een stevige tafel of plank aan de muur met daarop een antislipmat kan al voldoen,maar er vanuitgaande dat uw Bobtail/Old English Sheepdog met gemak zo’n dikke tien jaar oud kan worden is de aanschaf van een goede trimtafel zeker aan te raden.

Benodigdheden:

Extra grove kam

Middelgrove (rol)kam

Borstel (ijzeren pennen en/of NylonBristle en/of krommepennen)

Efileer/coupeschaar

Kocher (arterie/aderklemtang)

Klein voetenschaartje

Kappersschaar

Borstelspray/anti-klitspray

Nageltang

Tandenkrabber

De algemene verzorging.

Diverse verzorgingsprodukten voor de Bobtail
Grove kam, Medium kam, tandenborstel, klitsnijder, efileerschaar, rechte schaar, tandenkrabber, kogger en voetenschaartje

 

Kammen en borstelen

Je dient ervoor te zorgen dat de vacht klitvrij blijft. Dit bewerkstellig je door met regelmaat de hele hond goed door te borstelen.
Mocht het toch gebeuren dat je Bopper klitten heeft haal deze dan eerst voorzichtig met je vingers uit elkaar. Dit doe je door vanaf de huid voorzichtig de haren te ontwarren. Daarna kun je met een borstel de vacht doorborstelen. Om te voorkomen dat er veel bovenvacht afbreekt tijdens het borstelen kun je de vacht licht benevelen met borstelspray/antiklitspray. Dit is een spray die het haar even wat gladder en soepeler maakt waardoor je makkelijker door de vacht heen borstelt. Klitten die voorbehandeld zijn met een antiklitspray zijn makkelijker te ontwarren en zullen na het borstelen ook minder snel klitten vormen. Daarbij is vochtig haar rekbaarder dan droog haar waardoor breuk voorkomen wordt.

De Les Pooch….ideale borstel voor de huishond.

Eens per week goed borstelen moet voldoende zijn om je hond uit de klit te houden. Dit betreft dan een volwassen Bobtail/Old English Sheepdog. Voor een Bobtail/Old English Sheepdog van ongeveer één jaar oud die in de vachtwisseling zit adviseer ik je om twee maal per week te borstelen.

Diverse borstels geschikt voor de Bobtailvacht.
Nylon/Bristle, Maxi pin, Karlie zacht, Karlie hard, Mars pennenborstel

Je kunt er ook voor kiezen de vacht met een kam of een borstel met rvs pennen te behandelen. De vacht krijgt dan weliswaar minder volume omdat je de onderwol deels verwijdert. Het voordeel is echter dat de vacht wat langer klitvrij blijft omdat juist de onderwol de meeste klitten veroorzaakt. Ben je van plan om te gaan showen met je hond dan moet de vacht veel onderwol hebben en moet je voorzichtig omgaan met de vacht van de hond.
Een borstelspray is dan eigenlijk noodzaak aangezien het gebruik daarvan de vacht beschermt tegen splijten en afbreken. Ruw doorkammen is uit den boze, altijd, bij iedere hond. Belangrijkste van het borstelen/kammen is dat je het haar laag voor laag helemaal doorborstelt/-kamt tot op de huid. Na iedere laag haar moet je de huid duidelijk kunnen zien. Het makkelijkst is dan om bij de voetjes te beginnen. Maak voor jezelf een vaste volgorde zodat je geen plekken kunt vergeten.

Oren schoonmaken

De Bobtail heeft veel haren in de gehoorgang zitten. Deze haren dienen regelmatig verwijderd te worden. Het beste kun je daarvoor een kogger/arterieklem gebruiken in combinatie met wat oorpoeder. Strooi wat oorpoeder in het oor van je hond waardoor de haren wat stroever worden. Nu kun je makkelijker met de kogger de haren uit de gehoorgang trekken. Doe dit met korte stevige rukjes en kijk goed dat er geen vel tussen de kogger zit.


Oor voor het schoonmaken

Als u het haar verwijderd heeft kunt u daarna het oor nog reinigen met een milde oorreiniger. Zorg ervoor dat uw oorreiniger weinig tot geen alcohol bevat aangezien de huid in het oor nu wat schraal is. In onze shop vindt u verschillende milde oorreinigers waarmee u het oor van uw hond pijnloos schoonmaakt.
Elders op deze site vindt u een uitgebreider artikel over het schoonmaken van het OESoor.


Oor na het schoonmaken

Oogvuil (soep)

Je moet dagelijks de ogen van je hond te ontdoen van het vuil in de ooghoeken. Dit kan met een nat doekje of watje, of als het al ingedroogd is met je vingers.

Onderkant voetjes


Voetjes voor de knip/scheerbeurt

Tussen de voetzolen groeit ook veel haar. Je moet dit regelmatig met een klein schaartje weg te knippen om klitvorming te voorkomen. Houd daarvoor de poot stevig vast en houd met één hand de kussentjes van elkaar af zodat je ruimte en overzicht krijgt in het te behandelen gebied. Knip nu voorzichtig de haren weg. Pas op voor de velletjes die tussen de kussentjes zitten. Als je niet zeker bent van jezelf kun je een klein schaartje met een afgeronde punt gebruiken, dit voorkomt dat je de hond in zijn voet prikt. Heb je een tondeuse met fijne scheerkop, dan kan dit klusje daar ook mee gedaan worden.

 

Nagels

Wanneer je hond veel op zachte ondergronden loopt zoals gras, kan het nodig zijn dat de nagels geknipt moeten worden. Let er vooral op dat je niet in “het leven” knipt aangezien dit voor de hond zeer pijnlijk is. Heeft je hond zwarte nagels knip dan eventueel alleen het puntje af of gebruik een nagelvijl. Geef ook aandacht aan de zijnagels die aan de voorpoten van je hond zitten. Aangezien deze niet de grond raken zal het nodig zijn deze met regelmaat te knippen. Gebruik een degelijke nageltang om splijten van de nagels met alle ellende van dien te voorkomen. Een handige  knipper en vijl in één vindt u HIER

Quick clean

Is uw hond plaatselijk wat smerig maar wilt je hem nog niet in bad doen, dan kun je die vuile delen licht bevochtigen met water (met een plantenspuit b.v.) en daarna stopt u met een borstel of doekje ruim maïzena in de vacht. Dit laat je even indrogen waarna je de maïzena uit de vacht borstelt. Dit is vooral een simpele methode om de baard en snor snel droog en schoon te maken. Ook het gebied rond de penis van de reu kun je op deze manier snel schoonmaken. Als je geen wit interieur wilt doe dit dan even buiten of op een makkelijk te reinigen (keuken) vloer. Ook kunt je de vuile plekken behandelen met een droogshampoo. Hiermee frist u de vacht van de hond op, zonder het gebruik van water. In onze webshop vindt u een aantal soorten droogshampoo die voor dit doel geschikt zijn..

Wassen

Als je je hond wast, doe dat dan alleen met een shampoo die geschikt is voor honden. Voor een bobtail is het daarnaast nog prettig een verzorgende shampoo te gebruiken. Voor onze honden zijn er shampoos en conditioners die die ervoor zorgen dat de vacht minder snel klit en de doorkambaarheid lange tijd erg goed blijft. Zelf gebruiken wij de Dumuchi Exclusive Shampoo voor de grijze vachtdelen en de Dumuchi White coat Shampoo voor de witte vachtdelen.

Als je gaat wassen dan is het belangrijk dat je de hond goed natmaakt, dan breng je de shampoo aan en verdeeld deze over de hele hond. De shampoo even in laten werken en daarna goed uitspoelen. Dit is een heel belangrijk onderdeel van het wassen aangezien shampooresten jeuk kunnen veroorzaken en ze drogen het haar uit, waardoor het sneller afbreekt.
Elders op deze site vindt u een uitgebreider artikel over het wassen van de Old English Sheepdog.

Personal Hygiëne

Het haar rond de anus, de vulva en de penis mag je ook wegknippen, dit om te voorkomen dat resten van urine of ontlasting in de vacht blijven hangen. Doe dit wel met beleid zodat er geen “gaten” in het model van hond vallen. Een centimeter kortknippen rond de anus is al voldoende.

Spik en span!

Bobtail badderen

Het wassen van de Bobtail/Old English Sheepdog

Het is geen overbodige luxe uw Bobtail/Old English Sheepdog een aantal maal per jaar te wassen.
Vuil en stof hopen zich op in de vacht en kunnen jeuk en irritaties gaan veroorzaken. Afgezien daarvan gaat uw hond na verloop van tijd een typische hondenlucht verspreiden die over het algemeen niet gewaardeerd wordt. Ook om het witte vachtgedeelte mooi wit te houden is een wasbeurt noodzakelijk en daarbij is een schone vacht veel makkelijker uit de klit te houden dan een vuile vacht.

Maakt u dus gebruik van een goed vachtverzorginsprodukt met goede verzorgende bestanddelen die zorgen voor een makkelijker onderhoudbare vacht dan slaat u twee vliegen in één klap.

Wanneer u uw hond in een douchebak of badkuip gaat wassen leg dan een antislipmat op de bodem, dit voorkomt glijpartijen en paniekaanvallen/vluchtpogingen.

Zorg dat de vacht uitgeborsteld is. Grote klitten houden vuil vast en de shampoo die erin komt te zitten is ook weer heel moeilijk uit te spoelen.

Om tot een goede verdeling van de shampoo te komen en te voorkomen dat u veel te veel shampoo gebruikt is het aan te raden een plantenspuit (of vergelijkbaar) voor de helft te vullen met shampoo en daarna af te vullen met lauw water. Dit doet u ook met de crèmespoeling. U heeft gemiddeld 100ml. product nodig voor een volwassen Bobtail/Old English Sheepdog.

Doe uw hond een riem om, zodat u hem daaraan kunt vasthouden als hij ervandoor wilt gaan. Op een natte vacht heeft u geen grip.

We leggen binnen handbereik klaar:
Shampoo
Crèmespoeling
Handdoeken (stuk of zes)

We gaan nu eerst de vacht goed nat maken. Stel de kraan in op lauwwarm water. Wanneer u bovenaan begint stroomt het meeste water zo de afvoer in, dit omdat de vacht waterafstotend is. Dus zetten we de douchekop in de vacht en gaan van onder naar boven met een kleine draaiende beweging dicht op de huid door de vacht heen. Op deze manier maakt u de hele vacht nat. Doe eerst een halve hond aangezien het water er ook zo weer uitloopt en u tegen de tijd dat u met de shampoo langskomt alweer droge plekken tegenkomt. Voorkom dat u water in de oren spuit. U kunt ook een dotje vette watten in het oor doen, maar als de hond met zijn kop schudt zijn die weg. Nooit normale watten gebruiken, deze absorberen juist het water.

Als de vacht goed nat is gaan we de shampoo opbrengen. Til het haar hier en daar op en spuit met een brede straal het shampoo mengsel op/in de vacht. Zo bereikt u ook de ondervacht. Nu gaan we met een lichte knedende beweging de shampoo inmasseren. Laat de shampoo een paar minuten inwerken en spoel deze nu goed uit. Dit doen we wel van bovenaf. Wanneer u de kop van uw hond spoelt houd deze dan achterover zodat er geen shampoo in zijn ogen komt. Indien de hond erg vuil was, dit zie je vaak pas aan het eerste spoelwater, herhalen we deze handeling. Na het wassen brengen we op dezelfde manier de crèmespoeling aan. Ook deze laten we voor een optimaal resultaat een aantal (minimaal 3) minuten inwerken.
Ook nu weer goed uitspoelen.

Om vast een groot van het deel water kwijt te zijn kunt u met uw handen de lange vachtdelen en de poten e.d. “uitwringen”. Dan doet u een handdoek over de hond en knijpt het water uit de vacht. Nu geen wilde draai-en heen en weerbewegingen gaan maken, hiermee werkt u de vacht in de klit.
Als het meeste water uit de vacht is kunt u de vacht droogföhnen. Maar als het mooi weer is kunt u de hond ook buiten laten drogen. Omdat het vaak erg lang duurt (tien uur is normaal) voordat de hond weer droog is, is het toch aan te raden de vacht deels te föhnen. Vooral achter/onder de oren blijft de vacht erg lang nat en dit is niet prettig voor de hond. Ook komt u tijdens het föhnen/borstelen nog alle klitjes tegen die voorafgaand aan het wassen zijn achtergebleven.‘s Winters moet de vacht goed droog zijn voordat u de hond naar buiten laat. Omdat de vacht door en door nat is geweest en nog niet geheel droog is, biedt deze geen enkele bescherming tegen de kou.

Wanneer u tijdens het föhnen de vacht nog doorborstelt heeft u het mooiste resultaat.

N.B. nog erg vaak hoor of lees je dat wassen slecht is voor de vetlaag van de huid. Dit is een behoorlijk achterhaald gegeven. Bij gebruik van fatsoenlijke vachtverzorgingsprodukten is wassen niet schadelijk voor huid en vacht. Anders wordt het, als we toch lekker ouderwets gaan doen, als we de hond wassen met Dreft afwasmiddel of Driehoek groene zeep. Dat dit helemaal tof zou zijn voor de huid is ook een achterhaald gegeven.

BARF handleiding

Een handleiding tot B.A.R.F.

B.A.R.F. Dit is de afkorting voor ‘Bones And Raw Food’ of ‘Biologically Appropriate Raw Food’. Het is een kreet die gelanceerd is door de Australische dierenarts Ian Billinghurst (Auteur ‘Give your dog a Bone’) als naam van een door hem ontwikkelde voermethode voor de hond. Inmiddels is de naam B.A.R.F. algemeen ingeburgerd en staat het voor het zelf samenstellen van hondenvoer met rauwe (geschikte!) vleesbotten, rauw vlees, rauw orgaanvlees, rauwe gepureerde groentes en geschikte extraatjes.

Door voor voldoende afwisseling in vleessoorten te zorgen, bewerkstelligen we dat het aanbod aan verschillende nutriënten dusdanig is dat de hond niks tekort komt aan vitaminen/mineralen. Hierdoor is het gebruik van premixen zoals deze in commerciële diervoeding gebruikt worden voor ons overbodig.

Een ander essentieel onderdeel van deze voermethode is dat het voer in grote stukken gegeven wordt, zodat de knaag- en kauwbehoefte van de hond ook bevredigd wordt. Een ander voordeel hiervan is dat de gebitten veel schoner blijven én het voer langer in de maag blijft, waardoor de nutriënten beter opgenomen worden.

*****Noot: Gemalen diepvries-verse hondenvoeding is dus geen B.A.R.F. Ook al willen de fabrikanten daarvan je graag anders doen geloven.

Wanneer je B.A.R.F. voert geef je niet iedere dag een complete uitgebalanceerde maaltijd, maar werk je naar een compleetheid per week of twee weken toe. Je geeft dus b.v. vandaag alleen een vleesbot met wat lever en een eitje en morgen wat orgaanvlees met spiervlees en groente. Je mag best iedere dag van alles een beetje geven, maar het hoeft absoluut niet.

Richtlijnen

Wij voeren onze honden middels de volgende richtlijnen.

40% vleesbotten
25% spiervlees
20% orgaanvlees
15% overigen (groenten/eieren/zaden)

Binnen deze richtlijnen kan er nog geschoven worden en in de praktijk komt het echt niet op een procent meer of minder. Dit model valt binnen het prooidiermodel, wat inhoudt dat we zoveel mogelijk een prooidier proberen te benaderen en door voldoende afwisseling te bieden alle benodigde nutriënten uit het voer te halen, zodat het toevoegen van vitaminepreperaten overbodig is.

Vleesbotten.

Dit zijn eetbare, zachte botten, meestal van gevogelte, die bestaan uit ongeveer de helft vlees en de helft bot.
Voorbeeld: een kippenvleugeltje is 70% vlees en 30% bot. Als je dit vandaag voert, mag je morgen een vleesbot geven die minder bevleesd is en zo kom je gemiddeld op een vleesbot van 50/50 uit.
Een vleesbot is een bot met vlees eraan. Een bot waar geen vlees aan zit is geen vleesbot, dat is een kaal bot en kale botten voeren we niet. Althans, die voer ik niet.

Vleesbotten zijn een belangrijk onderdeel van het menu daar deze voor o.a. calcium zorgen en calcium zorgt op zijn beurt weer voor het transport en opname van andere nutriënten. Daarbij komt het gebit ook tot z’n recht en blijft lekker schoon als de hond regelmatig een lekker vleesbot krijgt.

Je kunt alleen botten voeren van jonge dieren zoals lam, geit en gevogelte, (rund/kalf is altijd te hard) en dan de niet-dragende botten van het skelet zoals ribben, wervels.

*****Noot: Een aantal “BARF-onderdelen leveranciers” bieden runderribben aan. Deze zijn levensgevaarlijk om te geven en ik adviseer dan ook met klem deze nooit aan je hond te geven. Niet als voeding, maar ook niet voor de lol. Deze ribben splinteren als een gek en als het gebit er niet op sneuvelt dan zijn de stukken die er vanaf kunnen breken en opgegeten worden zo onverteerbaar dat ze vlijmscherp zoals ze zijn in maag en darm grote schade kunnen aanrichten. Dit geldt overigens ook voor de mergpijpjes en andere stukken koeiepoot. NIET doen dus. Let op! Dit geldt ook voor botten die (mee)gekookt zijn, zoals kippenbotjes van gekookte/gegrilde of anders opgewarmde kip. Het verhittingsproces verandert de structuur van de botten dusdanig dat het verandert in vlijmscherpe gevaarlijk splinterende botten. De ‘R’ van BARF staat niet voor niet voor Raw of Rauw.

Wat zijn geschikte vleesbotten.

Kipkarkas (dit blijft over nadat de poelier de filets en de poten en vleugels verwijderd heeft) (poelier)

Kippennekken (poelier, islamitische slagerij)

Hele kip (losse stukjes zoals poten, vleugels e.d. mogen ook) (poelier, Aldi, Lidl)

Kwartels (meestal zijn deze met organen en dus een compleet “prooidier”. (Makro, poelier)

Geitenribben (alleen van jonge dieren) Nog niet geschikt voor melkgebitjes. (islamitische slagerij)

Lamsribben (alleen van jonge dieren) Nog niet geschikt voor melkgebitjes. (islamitische slagerij)

Kwartel(karkas)

Parelhoen(karkas)

Konijn/Haaskarkas

Eendkarkas (poelier, islamitische slagerij)

Eendebouten Nog niet geschikt voor melkgebitjes (poelier, islamitische slagerij)

Viskop (qua smaak vinden ze de zalmkoppen vaak het lekkerst en kabeljauwkoppen vinden veel honden niet te knagen) (visboer)

*****Noot: Naast de “gewone” winkels zijn er in NL inmiddels veel thuisbezorgende BARF-leveranciers. Deze vind je vrij makkelijk via het internet.

Gevogelte tot aan jonge eend kan wel in zijn geheel gevoerd worden. Gevogelte-karkassen (karkas = datgene wat overblijft als de filets eraf gesneden zijn) zijn heel geschikt als vleesbot. Lekker zacht bot, met vaak nog een flinke hap vlees eraan. Soepkippen zijn vaak te oud, evenals kalkoen en gans.

Geef nooit kale botten. Hebben je botten wat weinig vlees geef er dan een bodempje vlees of pens bij, maar laat dit uitzondering zijn en geen gewoonte want een bevleesd bot gedraagt zich anders/beter in de maag dan een kaal bot waar wat los vlees bij gegeten wordt. Zorg dat de stukken die je geeft (op een kippennek na) altijd zo groot zijn dat ze niet in één keer doorgeslikt kunnen worden. Geef b.v. nooit één enkele rib, maar altijd een paar aan elkaar zodat het verplicht kluiven is. Is het teveel voor één maaltijd dan haal je na een tijdje het bot weg en geeft dat b.v. de volgende dag weer. Geef nooit een groot bot zonder toezicht.
Herstel….geef nooit eten zonder toezicht (ook geen bak brokken)

Spiervlees

Spiervlees is simpel gezegd het vlees dat het skelet bij elkaar houdt. Binnen ons model wordt er circa 25% spiervlees gevoerd. Dit hoeven niet altijd aparte stukken te zijn. Indien je b.v. een hele kippenpoot voert, dan zit daar procentueel zoveel vlees aan dat je voor het model geen extra los vlees meer hoeft te voeren naast het vleesbot/kippenpoot.
Veel gebruikt is het runder/kalfskopvlees, vaak voordelig te verkrijgen bij slagers die nog zelf slachten. Maar in de supermarkt, laat in de zaterdagmiddag, liggen ook vaak leuk afgeprijsde pakken met rundvlees die zeer geschikt zijn voor dit doeleinde. De vleeskwaliteit (vet/zeentjes) is voor de honden niet belangrijk, sterker nog, liever een vet stuk runderlap dan een mager biefstukje. Haal bij schenkels altijd het botje eruit, dit is meestal zo klein en hard dat het een gevaar (bijvoorbeeld verstopping) op kan leveren.
Islamitische slagerijen kunnen vaak voordelig geitenvlees leveren, of verkopen geitenribben met zoveel vlees eraan dat je geen los vlees meer hoeft bij te geven.

Visvlees valt hier ook onder. We geven dan het liefst vette soorten vis zoals sardines, makreel, zalm(kop) en/of verse haring. Vis geef je niet vaker dan twee keer per week.

Orgaanvlees.

Het binnenwerk van het prooidier. Hiervan geef je circa 15/20% en daarvan mag de helft pens zijn en de rest is lever/hart/maagjes/niertjes.
Aangezien orgaanvlees een min of meer laxerende werking heeft is het handig om het aandeel orgaanvlees over meerdere maaltijden te verdelen.
Alle organen hebben hun eigen samenstelling aan nutriënten. Je kunt dus niet zomaar een orgaansoort achterwege laten. Is iets niet te verkrijgen of eet de hond het absoluut niet dan zul je moeten compenseren. Bijv. indien er geen lever gegeten wordt, dan moet je levertraan bijvoeren.
Ik haal hier alleen even de lever aan omdat die het meest geweigerd wordt van het orgaanvlees. Soms kan het al verschil maken of je runder- of lams- of kippenlever aanbiedt. Kan je aan biologische lever komen, dan is dat helemaal mooi, want die wordt door de grootste ‘levereetweigeraars’ nog graag gegeten.

De meest gevoerde organen zijn:

Pens (rund/lam/schaap)
Pens is één van de magen van de herkauwer. Het meest ideale is vuile pens, maar dit is wat moeilijker verkrijgbaar. Vuile pens bevat namelijk nog wat maaginhoud van het dier en in die maaginhoud zitten enzymen die de vertering van plantaardig materiaal bevorderen. Pens wat verpakt ligt in de supermarkt is nooit vuil, dat is wettelijk zo geregeld i.v.m. het aantal bacteriën die vuile pens bevat.

*****Noot: Soms wordt beweerd dat pens gelijk is aan spiervlees. Dit is niet waar, pens is een maag, dus een orgaan.De enige reden om pens als spiervlees aan te merken en het als zodanig te voeren (dus als ruim 40% van het totale menu) is de prijs. Ook wordt beweerd dat pens een complete maaltijd zou zijn, omdat de calcium/fosfor-verhouding ideaal zou zijn. Ook dit is niet waar. Behandel pens dus als wat het is, een orgaan.

Hart (kip/rund/lam)
Een stukje orgaanvlees wat erg rijk is aan nutriënten. De meeste honden eten het graag en omdat er ook mensen zijn die het graag eten (:-X) is het redelijk makkelijk verkrijgbaar, maar helaas soms wel behoorlijk aan de prijs.
Islamitische slagerijen en de Makro verkopen lamshart en runderhart. Kippenhart ligt bij de poelier.

Niertjes (rund/schaap)
Heel gezond, maar niet altijd even makkelijk te verkrijgen. Worden goed verdragen.

Groenten/overig
Groenten hebben ook hun functie binnen het menu. Naast leverancier van verschillende vitaminen/mineralen/anti-oxydanten is het ook een bron van vezels wat goed is voor de darmperalstiek. Ook wat groente betreft is variatie het toverwoord. Rauwe onbewerkte groenten kan een hond niet verteren. Daarin zullen we een handje moeten helpen. Je kunt mixen maken door verschillende rauwe groenten tot pulp te malen en dit te geven. Voor die honden die dit niet te knagen vinden kan je ook licht gekookte groente geven. Je kunt alle groenten geven, op prei en uien na.

Supplementen

Naast het vlees en de groenten kun je het menu sturen en verbeteren met supplementen. In deze bedoel ik geen supplementen in de vorm van een vitaminepil, maar in de vorm van verschillende zaden en/of kruiden die allen hun eigen kwaliteiten hebben. Deze zaden hoef je niet altijd te geven, die geef je naar behoefte.

Gemalen zaden zijn b.v. pompoenzaden (bron magnesium en werkt tevens wormafdrijvend) sesamzaad (rijk aan calcium), alfalfazaden (werkt ontgiftend, bevat veel vit. E en daarnaast vit. A en K) Wij geven deze zaden zo gemiddeld eens per 14 dagen een theelepeltje.

Aan supplementen geven wij alleen 3 x per week een theelepel gedroogde zeewier bij. Dit voor de mineralen en het jodiumgehalte. In plaatst van gedroogd zeewier kun je ook een kelptabeltje geven.

Minstens 2 x per week een kompleet rauw eitje, dus met schaal is supergezond!

Pups en B.A.R.F

Pups en volwassen honden eten in principe hetzelfde. Alleen de hoeveelheid verschilt. Een heel jonge pup eet al snel 2 tot 3 x zoveel als een volwassen hond van hetzelfde gewicht. Zo’n grote hoeveelheid is moeilijk in één keer te verwerken voor een pup en daarom krijgt een pup/jonge hond tot ongeveer 1 jaar eerst drie en vanaf een maand of 5 á 6 twee keer per dag. Zolang pups nog hun melkgebit hebben geef je alleen zachte botten, dus van klein gevogelte. Zodra het volwassen gebit helemaal door is kunnen wat grotere botten gegeven worden. Geef echter geen hele harde knaagbotten om b.v. het wisselen te bevorderen of om de knaagbehoefte te bevredigen omdat het gebitscement op die leeftijd nog niet op volle sterkte is. Een flinke beschadiging van het gebit is dan een mogelijk risico.

Oudere honden en B.A.R.F.

Ook oudere honden blijven in principe gewoon hetzelfde eten. Echter gaat met de achteruitgang van de functies van nieren, lever e.d. ook de vertering wat achteruit en zie je dat de wat hardere botsoorten niet meer goed verteerd worden. Geen probleem, gewoon niet meer geven dan. Hou het dan op klein gevogelte, daar is ook voldoende afwisseling in te krijgen. Wanneer er sprake is van verminderde nier- of leverfunctie of artrose dan moet je het rood vlees te vervangen door wit vlees, van gevogeltje en/of witvis.

*****Noot: Honden met een sterk verminderde nier- of leverfunctie moeten een aangepast menu krijgen. Het gaat binnen deze handleiding te ver om daar dieper op in te gaan.

Deze twee groepen honden zijn de enige twee voor wie gemalen voeding handig en geoorloofd is. Bij pups voor het afspenen en bij oude honden omdat daar vaak het gebit niet meer oké is en de vertering soms niet meer optimaal is. Voor elke andere gezonde jonge hond met een normaal volwassen gebit is het voeren van grotere stukken vlees en bot veel beter dan het voeren van gemalen spul.

Hoe nu tot een menu te komen?

Ik zal proberen aan de hand van een voorbeeld dit uit te leggen.

Eerst voor een pup, tenslotte kun je niet jong genoeg beginnen :-)

We gaan even uit van een lichaamgewicht van 10 kg.

Een pup eet gemiddeld 50 gram per kilo lichaamsgewicht, dus zou hij 10×50 gram = 500 gram per dag moeten hebben.

Voor een week is dat dan 500 gram x 7= 3500 gram.

40% van 3500 gram = 1400 gram vleesbotten (kippennek/vleugel/karkas/hele vis, kwartel, kwartel-/parelhoen-/konijn-/haaskarkas)

25% van 3500 gram = 875 gram spiervlees (kopvlees/rundergehakt/kippenvlees/geitenvlees)

20% van 3500 gram = 700 gram orgaanvlees (pens/lever/niertje/hart/maag)

15% van 3500 gram = 525 gram overig (groente/tafelrestje)

Dit is voldoende voer voor één week. Hier kun je porties van maken en dat dagelijks geven. Ieder portie kan verschillend zijn, niet alles hoeft in één dagmaaltijd verwerkt te zitten. Wanneer je voldoende afwisselt met orgaan, groente en verschillende diersoorten dan kan er niks mis gaan.

Voor een volwassen hond werkt het hetzelfde, alleen eet een volwassen hond gemiddeld zo’n 20 tot 30 gram per kilo lichaamsgewicht.

Voor een volwassen hond van 35 kilo zou het verhaal er dan zo uitzien.

35 x 20 gram= 700 gram voer per dag

Voor een week is dat dan in totaal 7 x 700 gram = 4900 gram

40% van 4900 gram = 1960 gram vleesbotten

25% van 4900 gram = 1225 gram spiervlees

20% van 4900 gram = 980 gram orgaanvlees

15% van 4900 gram = 735 gram overig

Er staat 20 tot 30 gram per kilo lichaamsgewicht. Heb je een zeer actieve hond, dan kan het best 35 gram per kilo lichaamsgewicht zijn. Is je hond een couchpotato, dan zal het eerder 20 gram zijn. Kijk gewoon naar de dikte van je hond. Is hij te schraal, geef je wat meer, wordt hij te dik, dan geef je wat minder.

Ben je na dit verhaal geïnteresseerd om ook zelf te gaan samenstellen, dat heb je nu waarschijnlijk 100 vragen openstaan.

We staan altijd open voor die vragen. Stel ze gerust, we helpen je graag op weg.

Op het forum www.barfplaats.nl vind je veel interessante documentatie over BARF, voorbeeldmenu’s, leveranciers en ook kun je daar je vragen kwijt.

Begin 2015 heeft Lizzy Plat -Coelers……mijn vriendin én oprichtster van  Barfplaats eindelijk haar boek over het zelf samenstellen van rauwe verse voeding voor honden uitgegeven.

Rauwe voeding voor honden.
Auteur: Lizzy Plat-Coelers Paperback Pagina’s: 142

Steeds meer Nederlanders worden bewust van de voordelen van gezond eten en voor onze honden zijn die voordelen niet anders. Rauwe voeding voor honden is een natuurlijke manier van zelf voeding samenstellen voor honden door gebruik te maken van de beste ingrediënten.
Twijfel je aan de brokken of het blikvoer dat je hond eet? Zou je graag een natuurlijke voeding aan je hond willen voeren? Wil je graag leren om zelf voeding samen te stellen, maar durf je de stap niet te nemen? Of lijdt jouw hond aan gezondheidsproblemen voor wie rauwe, verse voeding misschien een uitkomst kan bieden? Dan biedt dit boek je de kans om te leren wat je moet weten om op een veilige en verantwoorde wijze rauwe, verse voeding samen te stellen voor je pup, volwassen of senior hond!

Dit boek is ook te bestellen via onze website: http://www.plaza33.nl/shop/index.php?main_page=product_info&cPath=528&products_id=20257

BARF

B.A.R.F. >>> Boppers And Rauw Freten
(A.k.a. Biological Appropiate Raw Food)

Een paar jaar geleden maakten wij via het internet kennis met de voedingsmethode B.A.R.F. De afkorting van Bones and Raw Food of Biological Appropriate Raw Food. Vrij vertaald Biologisch verantwoorde rauwe voeding. Een “dieet” voor de hond dat bestaat uit uitsluitend rauwe voeding. Dus rauw vlees, rauwe botten, rauwe groenten…..alles rauw.

Nieuwsgierig als dat we waren zijn we ons gaan verdiepen in deze manier van voeren. Direct eraan beginnen was ook voor ons teveel gevraagd, tenslotte waren ook wij opgevoed met het idee dat rauw vlees vies en eng is en dat botten levensgevaarlijk zijn. Daarbij hadden we een Mucho rondlopen die van een lam & rijstbrokje extra al drie weken aan de dunne ging, hem een halve kip geven leek ons dan ook geen strak plan.

Groovy met zalmkop

Alleen droge brokken hebben ze hier (onder mijn regiem) nooit gegeten. Altijd zat er wel een plakje Rodi bij of wat gekookt lamshart, beetje AHV en dat soort dingen. Puur om de brokken wat interessanter te maken. Een heel klein beetje waren ze dan al aan vlees gewend.

Leren eten hoeft niet meer:-)

Met BARF is het de bedoeling dat je zo veel mogelijk een prooidier benadert. Je voert dus een bepaald percentage rauwe eetbare botten, orgaanvlees, spiervlees en een klein deel plantaardig materiaal. Granen zijn niet verboden, maar ook niet noodzakelijk om te voeren.

Je hoeft niet elke dag een complete maaltijd te voeren, maar je werkt naar een compleetheid in de 14 dagen toe. Je kunt dus gerust, vandaag alleen vlees geven, morgen alleen groenten, overmorgen een visje, dag daarop een halve kip enz. enz.

Jong geleerd part I

Nu is iedereen natuurlijk opgevoed met het idee dat botten eng zijn, gaan splinteren enz. Dat is ook zo……als je ze verhit.

Met BARF geef je alles rauw, dus ook de botten en als je dan ook nog de juiste botten hebt hoef je niet bang te zijn voor splinters.

De juiste eetbare botten zijn de niet-dragende botten van jonge dieren zoals lam en geit (ribben) en de karkassen van klein gevogeltje, konijn of haas. Het is dan de bedoeling dat je rauwe goed bevleesde botten geeft, de zogenaamde RMB’s (Raw Meaty Bones). Daarnaast kun je ook al het klein gevogelte zoals b.v. kwartel, kip, eend, parelhoen in zijn geheel voeren, maar bij gevogelte wordt het meest gebruik gemaakt van “afval” zoals de nekken en de karkassen die relatief voordelig en makkelijk te verkrijgen zijn in vergelijk met een hele kip/eend/parelhoen.

BARF-maaltijd

Runderknieën, mergpijpen, koeienpoten enz. zijn niet geschikt om als voeding te geven, eigenlijk ook niet eens als recreatiebot want die dingen zijn knoerhard en het gebit van de hond slijt ervan als een gek.

Orgaanvlees maakt ook zo’n 10 tot 20% deel uit van de maaltijd. Hiertoe behoren, hart, lever, pens, milt, long, nieren. Darmen officieël natuurlijk ook alleen de meeste honden eten die niet, dus laten wij die bij het samenstellen van een maaltijd maar helemaal buiten beschouwing. Pens is eigenlijk een verhaal apart. Dit orgaan valt voor ons niet strikt binnen de 10/20% grens. Regelmatig (maar niet vaker dan 2 x per maand) krijgen ze hier een maaltijd die soms geheel uit vuile pens bestaat, soms in de vorm van een lap wat voor sommigen een uurtje sleur, trek en eetplezier is. Prettige bijkomstigheid is dat meteen de tandjes weer gepoetst zijn.

Spiervlees hoort het hoofdbestanddeel van de maaltijd te zijn. Spiervlees is dat vlees wat (suf gezegd) het skelet bij elkaar houdt. De lapjes in de vitrine bij de slager behoren allemaal tot het spiervlees. Die lapjes in de vitrine laten we maar liggen anders zou het wel een hele dure hobby worden. Daarbij mogen de honden wel een stukkie vet aan hun vlees hebben en is het vlees uit de vitrine eigenlijk te mooi om ideaal te zijn als hondenvoer.

Voor de honden is b.v. kopvlees goed spiervlees, maar je kunt b.v. ook rundergehakt gebruiken, maar stukken hebben altijd de voorkeur beven gemalen handel. Ook het vlees aan de kip is spiervlees.

Rauw vlees is niet eng om aan je honden te geven. Er zitten geen enge bacterietjes in waar ze ziek van worden. Sommige bacteriën leggen al het loodje in het sterkere maagzuur en voor andere bacteriën zijn honden helemaal niet gevoelig. Voor de bacteriën waar een hond wel gevoelig voor is heeft de hond een immuunsysteem.

Puppy BARF-hap

Wormen krijgen ze er ook niet van, integendeel zelfs, waarom zouden ze ook eigenlijk. Ik krijg ook geen wormen als ik eens een half rauwe biefstuk eet.

Al het vlees dat we geven is afkomstig van dieren die geschikt zijn voor menselijke consumptie.

De groentenmixen maken vraagt naar mijn idee nog de meeste inzet. Het is de bedoeling dat je een mix maakt van verschillende rauwe groenten en deze fijnmaalt in een keukenmachine om op die manier de celwanden van de groente te “kraken”, zodat de hond deze verteren kan. Veel werk, veel rommel en in de regel weinig waardering.

Nog een BARF-maaltijd

Als je dit te veel werk vindt, kan je (net als ik) er ook voor kiezen om de groenten niet te malen, maar licht te blancheren en dan zo te geven. Hoewel het motto is dat het natuurlijk rauw moet zijn geef ik ruiterlijk toe dat onze honden een stukje geblancheerde bloemkool, broccoli, o.i.d. veel lekkerder vinden dan de gemalen mix. Persoonlijk vind ik ook dat een bloemkool in roosjes verdeeld meer massa meegeeft aan de maaltijd dan één of twee eetlepels groentenmix, dat is niet meer dan een sloeber onder in de bak. Het is raar maar waar, maar hier doen ze een moord voor spruitjes.

Vis….hoort er ook nog bij. Liefst vette zeevis zoals zalm en sardines. Vers dan hé, niet uit een blikje. Zalm zijn ze hier dol op, een deal met de plaatselijke visboer levert ons zalmkoppen op die soms al op zich een hele maaltijd vormen. Sardines zijn echte prooidiertjes. Je koopt ze vers, met kop en ingewanden en al en deze geef je in z’n geheel. Hier zijn ze er dol op. Naast zalm en sardines kun je eigenlijk alle soorten vis geven. Hier vinden ze echter de witvis (kabeljauw/wijting) geen pest aan, dus daar doen we maar geen moeite meer voor.

Jong geleerd part II

Dit zijn zo’n beetje de hoofdbestanddelen van ons BARF-dieet. Naast dit alles geven we zo’n één keer per week een sloeber kwark, en zo één tot twee maal per week gooien we een ei in de voerbak, maken we soms een fruitmixje krijgen ze soms nog wat tafelresten. Dit moet je dan zien als een lepeltje rijst en een hapje groente.

Aan extra supplementen geven we nog zalmolie voor de omega 3-vetzuren, zeewier voor het mineralencomplex en de jodium en knoflook voor haar bloedzuiverende werking. Dit krijgen ze gemiddeld zo 2 tot 3 keer per week.

Van brok naar Barf

Naarmate de tijd verstreek gingen de brokken helemaal de deur uit en maakten plaats voor KVV (Kompleet kant en klaar vriesvers vleesvoer). Toen iedereen daar goed en wel aan gewend was werd het tijd om langzaam wat nieuwe dingetjes te introduceren. Eitje erbij (ook rauw natuurlijk) stukje pens, groentenmixje, eendagskuiken :-x en dat soort “veilige” dingetjes.

Stukjes runderspiervlees

Een mooi moment was de eerste keer dat we kipkarkassen zouden geven. Ja, we vonden het eng. Het blijft toch een cultuurschok. Er werd geadviseerd zo’n botje goed vast te houden zodat de hond verplicht was om te kauwen. Aldus geschiedde. Een aantal hadden zoiets van…jaaa????? moeten we dit eten, snapten er geen ui van. Chica, onze oudste en altijd een heel lastige eter geweest zag de kip, zette haar tanden erin, rukte ‘m uit mijn handen en ging ermee vandoor, naar een rustig plekje waar ze prinsheerlijk haar kippie op heeft liggen knagen. Bij haar straalde er echt zoiets vanaf van…hé hé……………………eindelijk écht eten.

Hoofdmoot bleef een tijd de KVV, dit wisselden we af met barf-onderdelen die op dat moment beschikbaar waren.

Kipkarkasje

Iedereen was hier wel tevreden mee. Ondertussen studeerden wij verder op het verschijnsel BARF en leerden de honden stukje bij beetje alles te eten. Vachtjes gingen vooruit, er werd veel minder en betere ontlasting geproduceerd, Mucho kreeg vlees op zijn botten, Chica was helemaal in haar elementje, Dusty had na ongeveer een jaar alleen vers voer ineens geen last meer van haar vlooienallergie en verder hadden we hier in die tijd nooit meer last van virusdiareetjes en dat is vooral bij een bobtail een heel prettig iets.

Naarmate de tijd verstreek ging het opvallen dat de honden de voorkeur gaven aan de BARF-maaltijden, dus van lieverlee kregen die meer en meer de overhand.

Begin 2004 verhuisden we naar Drenthe. Hier stikt het in de omgeving nog van de zelfslachtende slagers. Een walhalla dus voor de barfer. We zijn toen hier en daar contacten gaan aanleggen met leveranciers en zo hadden we in relatief korte tijd bijna alle benodigdheden binnen handbereik. Ook hadden we een grotere schuur waar nog wel een vriezertje bij in kon.


Broer aan de lamsribben

Sinds die tijd zijn er steeds meer KVV-maaltijden vervangen door BARF-maaltijden en vanaf eind 2004 eten onze honden eigenlijk alleen nog maar volgens de BARF-methode.

De honden krijgen hun voer altijd in grote stukken aangeboden, zodat er soms nog flink gewerkt moet worden. Niet alleen halen ze hier een stukje voldoening uit, ook blijven deze grotere stukken vlees langer in de maag waardoor de vertering optimaal is en de opneembaarheid veel groter is dan met gemalen vlees. Fijn gesneden of gemalen vlees reest sneller van maag naar darm dan dat het lichaam het op kan nemen. We zijn er dan ondertussen ook al achter dat we ten opzicht van de KVV een stuk minder in gewicht moeten voeren, want een aantal groeide toch vrij vlot dicht. We gaven dan ook verhoudingsgewijs ineens veel meer spiervlees daar KVV toch hoofdzakelijk uit orgaanvlees bestaat. Even een kwestie dus van het dieet aanpassen zodat iedereen wat beter op gewicht bleef.


Chica tijdens haar favoriete hobby

Sommige mensen verklaren je voor gek. Waarom doe je dit, terwijl er fabrikanten zijn die voor relatief weinig geld ook voer voor je honden maken.

Nou, het antwoord is simpel.

Het is leuk!

De honden vinden het heerlijk! Ze genieten echt van een maaltijd.

Wij weten exact wat we onze honden te eten geven en kunnen indien nodig daar ‘to the point’ wijzigingen in aanbrengen.

Je hebt voldoening van je werk.

Altijd super schone gebitten….hoera!

Het is gezond…in tijden al geen dierenarts meer gezien.

Droge sikken.

Veel minder ontlasting.

Die bekkies als ze de voerontdooibak aan zien komen……wat eten we vandaag???……….goud waard!

We zijn niet afhankelijk van de ideeën en inzichten van voerfabrikanten.


Jong geleerd…part. III

Zijn er dan helemaal geen nadelen aan dit alles? Tuurlijk wel.

Het is meer werk, het inkopen, inpakken om in te vriezen en verwerken van groente en vlees naar eetbaar formaat.
Je moet een of meerdere (grote) vriezers hebben.

Na het eten moet je even bekkies schoonmaken, of je moet geen bezwaar hebben tegen een zoen met zalmsmaak.

Broer snackt wel door:-)

Als we tegenwoordig met het eten beginnen moet er door 8 man sterk gegild en gekrijst worden, hadden we bij de brokken geen last van :-).

Het vraagt wat inzet qua inlezen, zodat je wel weet waar je mee bezig bent.

Voor wie na dit artikel ook geïnteresseerd is in het voeren van BARF en KVV.

Lees je eerst goed in de filosofie achter deze andere manier van voeren. Je kunt een hond die zijn hele leven brok heeft gegeten niet van de een op de andere dag overzetten op BARF. Door de brok die hoofdzakelijk uit koolhydraten bestaat is zijn maagzuur “waterig” geworden. Verder is het hele spijsverteringskanaal wat lui geworden, het hoefde tenslotte niets te doen. Een goed, maar voorzichtig begin is voor alle partijen beter dan te hard van stapel lopen.

Leer over het wezen “de hond”, leer over de dingen die je wel of niet kunt geven, leer de zaken waar je rekening mee moet houden. Je hoeft geen atoomgeleerde te zijn om het voer voor je eigen honden te bereiden. Tenslotte doe je het waarschijnlijk voor jezelf, je man en je kinderen ook al jaren en die leven ook nog steeds.

Chica in “gevecht ” met een penslap

Voordat wij aan dit alles begonnen hebben we ons via verschillende bronnen van informatie voorzien.

Op het forum www.barfplaats.nl is veel informatie te vinden over BARF en KVV. Hoe te beginnen, waar aan te denken, voorbeeldmenu’s enz. Ook kun je daar al je vragen stellen, wat altijd makkelijk is als je ergens je twijfels over hebt, of als je gewoon even iets niet weet. Op www.barfclub.nl vind je ook veel lees- en kijkvoer over BARF.

Geraadpleegde literatuur:

Rauwe voeding voor honden >>>> Mogens Eliassen

Give your dog a bone >>>> Ian Billinghurst

Gezonde jongen honden >>>> Juliette de Bairacli Levy

Wat moet mijn hond eten >>>>> Prof. Donath

Vroegcastratie bij honden

NADELEN VAN VROEGE CASTRATIE BIJ HONDEN

Drs. Amanda van Grondelle, dierenarts, verbonden aan WHG Westerhuis Kliniek voor Gezelschapsdieren, Dalwagen 29c, 6669 CA Dodewaard;
T 0488-410040; www.whgdierenartsen.nl

N.B.
Onze hand-outs worden vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op grond van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.

INLEIDING
Steeds vaker worden honden op jonge leeftijd al gecastreerd. Met ‘jong’ bedoel ik vóór de leeftijd van 6 maanden. Deze trend komt voornamelijk overwaaien uit de USA, waar om redenen van geboortebeperking dit beleid flink gestimuleerd wordt. Voor alle duidelijkheid: met ‘castratie’ wordt hier bedoeld het verwijderen van de testikels of de eierstokken. Als ik het over gecastreerde honden heb, dan heb ik het dus zowel over reuen als teven. Voor meer uitleg over de termen castratie en sterilisatie is het nuttig om het artikel uit onze bibliotheek over castratie en sterilisatie bij honden te lezen.

Nog afgezien van het feit dat er misschien wel sowieso teveel honden worden gecastreerd, zijn er in ieder geval nogal wat bezwaren tegen castratie op jonge leeftijd. Er zijn althans aanwijzingen dat we op zijn minst voorzichtig en kritisch moeten zijn en blijven bij het volgen van dergelijke trends.
In onderstaand artikel zet ik de bezwaren voor u op een rij.

UROGENITAAL APPARAAT
Het vroeg castreren van reuen en teven leidt tot relatief onderontwikkelde uitwendige geslachtsdelen, zoals de penis en de vulva. Dit kan ontstekingen van de voorhuid en de huid rond de vulva tot gevolg hebben. Door uitgebreid wetenschappelijk onderzoek is tevens aangetoond dat het vroeg castreren van teven, maar hoogst waarschijnlijk ook van reuen een grotere kans op de zogenaamde castratie onzindelijkheid met zich meebrengt.

BEWEGINGSAPPARAAT
De geslachtshormonen die worden geproduceerd in de eierstokken (teef) of testikels (reu) van de hond spelen een belangrijke rol bij de groei. Zo is in een aantal studies aangetoond dat bij vroege castratie de botten langer doorgroeien dan bij een intacte hond of een hond die op latere leeftijd gecastreerd wordt. Een hond die op jonge leeftijd gecastreerd wordt, zal dus langere maar lichtere botten krijgen. Het is niet zo moeilijk om te bedenken dat dit soort structurele veranderingen in de bouw van het skelet ook gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van het bewegingsapparaat. Er is zelfs een onderzoek gedaan in Texas, waaruit zou blijken dat gecastreerde honden (overigens wordt hier niet gekeken naar de leeftijd waarop de castratie wordt uitgevoerd) een grotere kans op een voorste kruisbandlaesie zouden hebben. En de kans op de ontwikkeling van heupdysplasie zou vergroot zijn ten gevolge van het op vroege leeftijd castreren van honden. Of deze studies daadwerkelijk valide genoeg zijn om deze conclusies te trekken, durf ik te betwijfelen. Maar dat vroeg castreren invloed heeft op de groei van het skelet is wetenschappelijk bewezen en dat dit mogelijk het ontstaan van bepaalde aandoeningen aan het bewegingsapparaat bevordert, is zeker niet ondenkbaar!

TUMOREN
Een teef die vóór de 2e loosheid gecastreerd wordt, heeft een veel kleinere kans op het ontwikkelen van tumoren in de melkklieren op latere leeftijd in vergelijking met een intacte teef of een teef die op latere leeftijd wordt gecastreerd. Maar wat betreft de invloed op het ontwikkelen van andere tumoren horen we andere, minder positieve geluiden met betrekking tot het vroeg castreren van honden. Zo zou de kans op het voorkomen van een haemangiosarcoom (een relatief veel voorkomende tumor die o.a. voorkomt in het hart en de milt bij honden) groter zijn bij gecastreerde honden dan bij niet gecastreerde honden. Er zijn twee studies waaruit blijkt dat (vroeg) gecastreerde honden meer kans hebben op het ontwikkelen van botkanker (osteosarcoom). Op zich niet zo gek, want we wisten al dat bij honden(rassen) die (extreem) groot zijn vaker botkanker voorkomt en vroeg castreren zorgt ervoor dat een hond langer doorgroeit en dus veel groter wordt! Er is ook gerede twijfel of het castreren van reuen, op welke leeftijd dan ook, de kans op het ontstaan van prostaatkanker verkleint. Door sommige mensen wordt dit gunstige effect van castreren echter wel geclaimd. Dit betekent overigens niet dat castratie van een reu met een bestaand chronische prostaatproblemen (ontsteking, vergroting, etc.) zinloos is!

GEDRAG
Veel honden eigenaren denken dat hun hond rustiger en veel gemakkelijker wordt in de omgang na een castratie. Dit is echter niet zo zwart/wit als de meeste mensen wel denken! Bepaalde vormen van ongewenst gedrag, waaronder vooral angst gerelateerde problemen zouden juist vaker voorkomen bij (vroeg) gecastreerde honden vergeleken met intacte honden. Vooral bij reuen met een angstig en onzeker karakter kan castratie mijns inziens leiden tot regelrechte angstagressie. Ook op latere leeftijd schijnt er verschil te zijn in de achteruitgang van de cognitieve functies (dementieachtige verschijnselen) tussen gecastreerde reuen en intacte reuen.

SCHILDKLIER
Een gecastreerde hond wordt sneller te dik, dat weet bijna iedereen. Mogelijk heeft dat iets te maken met de verminderde werking van de schildklier na castratie. In ieder geval is aangetoond, dat castratie de kans op een te traag werkende schildklier duidelijk vergroot!

CONCLUSIES
Of het vroeg castreren van honden daadwerkelijk de kans op kruisband letsels vergroot is mijns inziens niet helemaal duidelijk. Het wel of niet ontstaan van een kruisband letsel is van zoveel factoren afhankelijk, dat er bij een onderzoek naar het verschil in frequentie van voorkomen van kruisbandletsels bij gecastreerde versus niet gecastreerde honden al snel verkeerde conclusies getrokken kunnen worden als niet al deze factoren worden meegewogen in het oordeel. Het zou dan ook niet juist zijn om op grond van dergelijke onderzoeken het vroeg castreren van honden volledig te veroordelen. Er zijn echter redenen genoeg om, als we gewoon logisch redeneren, aan te nemen dat het op jonge leeftijd castreren van honden nogal wat gevolgen heeft voor de ontwikkeling van een hond. Zowel op het lichamelijke als op het psychische vlak.

En laten we het vraagstuk eens van de andere kant bekijken: is het nou echt zo´n probleem om even te wachten met een eventuele castratie? Er zijn, denk ik, maar weinig mensen die een loopse teef echt niet uit de buurt van een reu kunnen houden gedurende een periode van 3 weken.

De boodschap die ik wil overbrengen is dan ook deze: Zie het castreren van uw hond niet als iets dat “zo hoort” of als iets wat u hoe dan ook moet laten doen. Overweeg goed wat de voordelen en nadelen zijn van het castreren van uw hond en als u besluit om uw hond te laten castreren, doe het dan niet te vroeg! Wacht in ieder geval tot de hond uitgegroeid en uit ontwikkeld is, zowel op het lichamelijke als op het psychische vlak. Pas dan is de keus ook weloverwogen en bewust te maken denk ik.

 

Onderzoek maagkanteling

Resultaten van een onderzoek naar maagkanteling/maagtorsie Vrij vertaald uit “Der Hund”

Vanaf 1994 observeerde en onderzocht Dr. Larry Glickmanvan de Purdue University for veterinary medicine USA 1914 binnengebrachte honden van 11 verschillende grote rassen. Geen van de dieren had ooit eerder een maagkanteling gehad.

De getroffen honden speekselde veel en konden hooguit slikken, proberen te braken of hard hoesten om de opbouwende druk te verminderen.
De maag werd opgeblazen en als men met de vingers tegen de buikwand aanklopte hoorde men een trommelgeluid.

De risicofactoren.
Duitse doggen hebben het grootste risico (42,4%). Andere rassen met een verhoogd risico zijn Bloedhond, Ierse wolfshond,Ierse setter, Akita, Poedel klein, Duitse herder, Duitse boxer en andere rassen en kruisingen met een grote(re) borstvolume evenals honden met een smalle borstkast.

Bij slanke honden ontwikkelt zich vaker een  maagkanteling dan bij te dikke honden. Men vermoedt dat het vet ruimte neemt in de buikholte wat de maag minder speelruimte geeft.

Oudere honden hebben een verhoogd risico.
Na het vijfde levensjaar neemt het risico jaarlijks toe met 20%. Bij de zeer grote rassen begint deze risicotoename al na het derde levensjaar.

Hooggeplaatse voederbakken verhoogt het risico met 110%

Bij honden die snel eten verhoogt het risico zich met 15%

Verder hebben agressieve, nerveuze of bange honden een verhoogd risico. Stress kan ook een oorzaak of in ieder geval een trigger/uitlokker/(Auslösser) zijn.
Veel honden hadden een maagdraaiing na een overplaatsing of na b.v. een zeer lange autorit.

Reuen zijn gevoeliger dan teven.

Honden die droogvoer kregen waarbij vet bij de 1ste 4 ingrediënten behoord, laten een risicostijging zien van 170%.

Bevat het droogvoer citroenzuur of werd het voorgeweekt dan steeg het risico met 370%

Bij het voeren van één grote hoeveelheid per dag rekken de maagbanden uit.
Bij de honden met een  maagkanteling waren deze banden duidelijk verlengd.

In het kort de risicofactoren:

  • Een diepe en smalle borstkas
  • Slank en smal lichaam
  • Een familielid dat al een maagkanteling heeft gehad
  • Te snel eten
  • Uitsluitend droogvoer verstrekken
  • Eénmalig per dag een grote hoeveelheid verstrekken
  • Stress
  • Angst, agressiviteit en/of nervositeit.
  • Hooggeplaatse voederbakken

Symptomen

  • Opzwelling en uitdijen van de buik
  • Pogingen tot braken (zonder effect)
  • Onrust, janken, kreunen
  • Zenuwachtige rondlopen
  • Kop laten hangen tot onder de schouders.
N.B Indien u vermoed dat uw hond een  maagkanteling heeft moet deze met grote spoed overgebracht worden naar de dierenarts. Uit de praktijk blijkt dat de overlevingskansen zelfs na een geslaagde operatie erg laag zijn. Bloedproppen, afgestorven organen en/of de algehele malaise na deze grote klap voor het lichaam zorgen ervoor dat voor veel honden een maagdraaiing fataal is.
Voorkomen blijft dus beter dan genezen.