BARF handleiding

Een handleiding tot B.A.R.F.

B.A.R.F. Dit is de afkorting voor ‘Bones And Raw Food’ of ‘Biologically Appropriate Raw Food’. Het is een kreet die gelanceerd is door de Australische dierenarts Ian Billinghurst (Auteur ‘Give your dog a Bone’) als naam van een door hem ontwikkelde voermethode voor de hond. Inmiddels is de naam B.A.R.F. algemeen ingeburgerd en staat het voor het zelf samenstellen van hondenvoer met rauwe (geschikte!) vleesbotten, rauw vlees, rauw orgaanvlees, rauwe gepureerde groentes en geschikte extraatjes.

Door voor voldoende afwisseling in vleessoorten te zorgen, bewerkstelligen we dat het aanbod aan verschillende nutriënten dusdanig is dat de hond niks tekort komt aan vitaminen/mineralen. Hierdoor is het gebruik van premixen zoals deze in commerciële diervoeding gebruikt worden voor ons overbodig.

Een ander essentieel onderdeel van deze voermethode is dat het voer in grote stukken gegeven wordt, zodat de knaag- en kauwbehoefte van de hond ook bevredigd wordt. Een ander voordeel hiervan is dat de gebitten veel schoner blijven én het voer langer in de maag blijft, waardoor de nutriënten beter opgenomen worden.

*****Noot: Gemalen diepvries-verse hondenvoeding is dus geen B.A.R.F. Ook al willen de fabrikanten daarvan je graag anders doen geloven.

Wanneer je B.A.R.F. voert geef je niet iedere dag een complete uitgebalanceerde maaltijd, maar werk je naar een compleetheid per week of twee weken toe. Je geeft dus b.v. vandaag alleen een vleesbot met wat lever en een eitje en morgen wat orgaanvlees met spiervlees en groente. Je mag best iedere dag van alles een beetje geven, maar het hoeft absoluut niet.

Richtlijnen

Wij voeren onze honden middels de volgende richtlijnen.

40% vleesbotten
25% spiervlees
20% orgaanvlees
15% overigen (groenten/eieren/zaden)

Binnen deze richtlijnen kan er nog geschoven worden en in de praktijk komt het echt niet op een procent meer of minder. Dit model valt binnen het prooidiermodel, wat inhoudt dat we zoveel mogelijk een prooidier proberen te benaderen en door voldoende afwisseling te bieden alle benodigde nutriënten uit het voer te halen, zodat het toevoegen van vitaminepreperaten overbodig is.

Vleesbotten.

Dit zijn eetbare, zachte botten, meestal van gevogelte, die bestaan uit ongeveer de helft vlees en de helft bot.
Voorbeeld: een kippenvleugeltje is 70% vlees en 30% bot. Als je dit vandaag voert, mag je morgen een vleesbot geven die minder bevleesd is en zo kom je gemiddeld op een vleesbot van 50/50 uit.
Een vleesbot is een bot met vlees eraan. Een bot waar geen vlees aan zit is geen vleesbot, dat is een kaal bot en kale botten voeren we niet. Althans, die voer ik niet.

Vleesbotten zijn een belangrijk onderdeel van het menu daar deze voor o.a. calcium zorgen en calcium zorgt op zijn beurt weer voor het transport en opname van andere nutriënten. Daarbij komt het gebit ook tot z’n recht en blijft lekker schoon als de hond regelmatig een lekker vleesbot krijgt.

Je kunt alleen botten voeren van jonge dieren zoals lam, geit en gevogelte, (rund/kalf is altijd te hard) en dan de niet-dragende botten van het skelet zoals ribben, wervels.

*****Noot: Een aantal “BARF-onderdelen leveranciers” bieden runderribben aan. Deze zijn levensgevaarlijk om te geven en ik adviseer dan ook met klem deze nooit aan je hond te geven. Niet als voeding, maar ook niet voor de lol. Deze ribben splinteren als een gek en als het gebit er niet op sneuvelt dan zijn de stukken die er vanaf kunnen breken en opgegeten worden zo onverteerbaar dat ze vlijmscherp zoals ze zijn in maag en darm grote schade kunnen aanrichten. Dit geldt overigens ook voor de mergpijpjes en andere stukken koeiepoot. NIET doen dus. Let op! Dit geldt ook voor botten die (mee)gekookt zijn, zoals kippenbotjes van gekookte/gegrilde of anders opgewarmde kip. Het verhittingsproces verandert de structuur van de botten dusdanig dat het verandert in vlijmscherpe gevaarlijk splinterende botten. De ‘R’ van BARF staat niet voor niet voor Raw of Rauw.

Wat zijn geschikte vleesbotten.

Kipkarkas (dit blijft over nadat de poelier de filets en de poten en vleugels verwijderd heeft) (poelier)

Kippennekken (poelier, islamitische slagerij)

Hele kip (losse stukjes zoals poten, vleugels e.d. mogen ook) (poelier, Aldi, Lidl)

Kwartels (meestal zijn deze met organen en dus een compleet “prooidier”. (Makro, poelier)

Geitenribben (alleen van jonge dieren) Nog niet geschikt voor melkgebitjes. (islamitische slagerij)

Lamsribben (alleen van jonge dieren) Nog niet geschikt voor melkgebitjes. (islamitische slagerij)

Kwartel(karkas)

Parelhoen(karkas)

Konijn/Haaskarkas

Eendkarkas (poelier, islamitische slagerij)

Eendebouten Nog niet geschikt voor melkgebitjes (poelier, islamitische slagerij)

Viskop (qua smaak vinden ze de zalmkoppen vaak het lekkerst en kabeljauwkoppen vinden veel honden niet te knagen) (visboer)

*****Noot: Naast de “gewone” winkels zijn er in NL inmiddels veel thuisbezorgende BARF-leveranciers. Deze vind je vrij makkelijk via het internet.

Gevogelte tot aan jonge eend kan wel in zijn geheel gevoerd worden. Gevogelte-karkassen (karkas = datgene wat overblijft als de filets eraf gesneden zijn) zijn heel geschikt als vleesbot. Lekker zacht bot, met vaak nog een flinke hap vlees eraan. Soepkippen zijn vaak te oud, evenals kalkoen en gans.

Geef nooit kale botten. Hebben je botten wat weinig vlees geef er dan een bodempje vlees of pens bij, maar laat dit uitzondering zijn en geen gewoonte want een bevleesd bot gedraagt zich anders/beter in de maag dan een kaal bot waar wat los vlees bij gegeten wordt. Zorg dat de stukken die je geeft (op een kippennek na) altijd zo groot zijn dat ze niet in één keer doorgeslikt kunnen worden. Geef b.v. nooit één enkele rib, maar altijd een paar aan elkaar zodat het verplicht kluiven is. Is het teveel voor één maaltijd dan haal je na een tijdje het bot weg en geeft dat b.v. de volgende dag weer. Geef nooit een groot bot zonder toezicht.
Herstel….geef nooit eten zonder toezicht (ook geen bak brokken)

Spiervlees

Spiervlees is simpel gezegd het vlees dat het skelet bij elkaar houdt. Binnen ons model wordt er circa 25% spiervlees gevoerd. Dit hoeven niet altijd aparte stukken te zijn. Indien je b.v. een hele kippenpoot voert, dan zit daar procentueel zoveel vlees aan dat je voor het model geen extra los vlees meer hoeft te voeren naast het vleesbot/kippenpoot.
Veel gebruikt is het runder/kalfskopvlees, vaak voordelig te verkrijgen bij slagers die nog zelf slachten. Maar in de supermarkt, laat in de zaterdagmiddag, liggen ook vaak leuk afgeprijsde pakken met rundvlees die zeer geschikt zijn voor dit doeleinde. De vleeskwaliteit (vet/zeentjes) is voor de honden niet belangrijk, sterker nog, liever een vet stuk runderlap dan een mager biefstukje. Haal bij schenkels altijd het botje eruit, dit is meestal zo klein en hard dat het een gevaar (bijvoorbeeld verstopping) op kan leveren.
Islamitische slagerijen kunnen vaak voordelig geitenvlees leveren, of verkopen geitenribben met zoveel vlees eraan dat je geen los vlees meer hoeft bij te geven.

Visvlees valt hier ook onder. We geven dan het liefst vette soorten vis zoals sardines, makreel, zalm(kop) en/of verse haring. Vis geef je niet vaker dan twee keer per week.

Orgaanvlees.

Het binnenwerk van het prooidier. Hiervan geef je circa 15/20% en daarvan mag de helft pens zijn en de rest is lever/hart/maagjes/niertjes.
Aangezien orgaanvlees een min of meer laxerende werking heeft is het handig om het aandeel orgaanvlees over meerdere maaltijden te verdelen.
Alle organen hebben hun eigen samenstelling aan nutriënten. Je kunt dus niet zomaar een orgaansoort achterwege laten. Is iets niet te verkrijgen of eet de hond het absoluut niet dan zul je moeten compenseren. Bijv. indien er geen lever gegeten wordt, dan moet je levertraan bijvoeren.
Ik haal hier alleen even de lever aan omdat die het meest geweigerd wordt van het orgaanvlees. Soms kan het al verschil maken of je runder- of lams- of kippenlever aanbiedt. Kan je aan biologische lever komen, dan is dat helemaal mooi, want die wordt door de grootste ‘levereetweigeraars’ nog graag gegeten.

De meest gevoerde organen zijn:

Pens (rund/lam/schaap)
Pens is één van de magen van de herkauwer. Het meest ideale is vuile pens, maar dit is wat moeilijker verkrijgbaar. Vuile pens bevat namelijk nog wat maaginhoud van het dier en in die maaginhoud zitten enzymen die de vertering van plantaardig materiaal bevorderen. Pens wat verpakt ligt in de supermarkt is nooit vuil, dat is wettelijk zo geregeld i.v.m. het aantal bacteriën die vuile pens bevat.

*****Noot: Soms wordt beweerd dat pens gelijk is aan spiervlees. Dit is niet waar, pens is een maag, dus een orgaan.De enige reden om pens als spiervlees aan te merken en het als zodanig te voeren (dus als ruim 40% van het totale menu) is de prijs. Ook wordt beweerd dat pens een complete maaltijd zou zijn, omdat de calcium/fosfor-verhouding ideaal zou zijn. Ook dit is niet waar. Behandel pens dus als wat het is, een orgaan.

Hart (kip/rund/lam)
Een stukje orgaanvlees wat erg rijk is aan nutriënten. De meeste honden eten het graag en omdat er ook mensen zijn die het graag eten (:-X) is het redelijk makkelijk verkrijgbaar, maar helaas soms wel behoorlijk aan de prijs.
Islamitische slagerijen en de Makro verkopen lamshart en runderhart. Kippenhart ligt bij de poelier.

Niertjes (rund/schaap)
Heel gezond, maar niet altijd even makkelijk te verkrijgen. Worden goed verdragen.

Groenten/overig
Groenten hebben ook hun functie binnen het menu. Naast leverancier van verschillende vitaminen/mineralen/anti-oxydanten is het ook een bron van vezels wat goed is voor de darmperalstiek. Ook wat groente betreft is variatie het toverwoord. Rauwe onbewerkte groenten kan een hond niet verteren. Daarin zullen we een handje moeten helpen. Je kunt mixen maken door verschillende rauwe groenten tot pulp te malen en dit te geven. Voor die honden die dit niet te knagen vinden kan je ook licht gekookte groente geven. Je kunt alle groenten geven, op prei en uien na.

Supplementen

Naast het vlees en de groenten kun je het menu sturen en verbeteren met supplementen. In deze bedoel ik geen supplementen in de vorm van een vitaminepil, maar in de vorm van verschillende zaden en/of kruiden die allen hun eigen kwaliteiten hebben. Deze zaden hoef je niet altijd te geven, die geef je naar behoefte.

Gemalen zaden zijn b.v. pompoenzaden (bron magnesium en werkt tevens wormafdrijvend) sesamzaad (rijk aan calcium), alfalfazaden (werkt ontgiftend, bevat veel vit. E en daarnaast vit. A en K) Wij geven deze zaden zo gemiddeld eens per 14 dagen een theelepeltje.

Aan supplementen geven wij alleen 3 x per week een theelepel gedroogde zeewier bij. Dit voor de mineralen en het jodiumgehalte. In plaatst van gedroogd zeewier kun je ook een kelptabeltje geven.

Minstens 2 x per week een kompleet rauw eitje, dus met schaal is supergezond!

Pups en B.A.R.F

Pups en volwassen honden eten in principe hetzelfde. Alleen de hoeveelheid verschilt. Een heel jonge pup eet al snel 2 tot 3 x zoveel als een volwassen hond van hetzelfde gewicht. Zo’n grote hoeveelheid is moeilijk in één keer te verwerken voor een pup en daarom krijgt een pup/jonge hond tot ongeveer 1 jaar eerst drie en vanaf een maand of 5 á 6 twee keer per dag. Zolang pups nog hun melkgebit hebben geef je alleen zachte botten, dus van klein gevogelte. Zodra het volwassen gebit helemaal door is kunnen wat grotere botten gegeven worden. Geef echter geen hele harde knaagbotten om b.v. het wisselen te bevorderen of om de knaagbehoefte te bevredigen omdat het gebitscement op die leeftijd nog niet op volle sterkte is. Een flinke beschadiging van het gebit is dan een mogelijk risico.

Oudere honden en B.A.R.F.

Ook oudere honden blijven in principe gewoon hetzelfde eten. Echter gaat met de achteruitgang van de functies van nieren, lever e.d. ook de vertering wat achteruit en zie je dat de wat hardere botsoorten niet meer goed verteerd worden. Geen probleem, gewoon niet meer geven dan. Hou het dan op klein gevogelte, daar is ook voldoende afwisseling in te krijgen. Wanneer er sprake is van verminderde nier- of leverfunctie of artrose dan moet je het rood vlees te vervangen door wit vlees, van gevogeltje en/of witvis.

*****Noot: Honden met een sterk verminderde nier- of leverfunctie moeten een aangepast menu krijgen. Het gaat binnen deze handleiding te ver om daar dieper op in te gaan.

Deze twee groepen honden zijn de enige twee voor wie gemalen voeding handig en geoorloofd is. Bij pups voor het afspenen en bij oude honden omdat daar vaak het gebit niet meer oké is en de vertering soms niet meer optimaal is. Voor elke andere gezonde jonge hond met een normaal volwassen gebit is het voeren van grotere stukken vlees en bot veel beter dan het voeren van gemalen spul.

Hoe nu tot een menu te komen?

Ik zal proberen aan de hand van een voorbeeld dit uit te leggen.

Eerst voor een pup, tenslotte kun je niet jong genoeg beginnen :-)

We gaan even uit van een lichaamgewicht van 10 kg.

Een pup eet gemiddeld 50 gram per kilo lichaamsgewicht, dus zou hij 10×50 gram = 500 gram per dag moeten hebben.

Voor een week is dat dan 500 gram x 7= 3500 gram.

40% van 3500 gram = 1400 gram vleesbotten (kippennek/vleugel/karkas/hele vis, kwartel, kwartel-/parelhoen-/konijn-/haaskarkas)

25% van 3500 gram = 875 gram spiervlees (kopvlees/rundergehakt/kippenvlees/geitenvlees)

20% van 3500 gram = 700 gram orgaanvlees (pens/lever/niertje/hart/maag)

15% van 3500 gram = 525 gram overig (groente/tafelrestje)

Dit is voldoende voer voor één week. Hier kun je porties van maken en dat dagelijks geven. Ieder portie kan verschillend zijn, niet alles hoeft in één dagmaaltijd verwerkt te zitten. Wanneer je voldoende afwisselt met orgaan, groente en verschillende diersoorten dan kan er niks mis gaan.

Voor een volwassen hond werkt het hetzelfde, alleen eet een volwassen hond gemiddeld zo’n 20 tot 30 gram per kilo lichaamsgewicht.

Voor een volwassen hond van 35 kilo zou het verhaal er dan zo uitzien.

35 x 20 gram= 700 gram voer per dag

Voor een week is dat dan in totaal 7 x 700 gram = 4900 gram

40% van 4900 gram = 1960 gram vleesbotten

25% van 4900 gram = 1225 gram spiervlees

20% van 4900 gram = 980 gram orgaanvlees

15% van 4900 gram = 735 gram overig

Er staat 20 tot 30 gram per kilo lichaamsgewicht. Heb je een zeer actieve hond, dan kan het best 35 gram per kilo lichaamsgewicht zijn. Is je hond een couchpotato, dan zal het eerder 20 gram zijn. Kijk gewoon naar de dikte van je hond. Is hij te schraal, geef je wat meer, wordt hij te dik, dan geef je wat minder.

Ben je na dit verhaal geïnteresseerd om ook zelf te gaan samenstellen, dat heb je nu waarschijnlijk 100 vragen openstaan.

We staan altijd open voor die vragen. Stel ze gerust, we helpen je graag op weg.

Op het forum www.barfplaats.nl vind je veel interessante documentatie over BARF, voorbeeldmenu’s, leveranciers en ook kun je daar je vragen kwijt.

Begin 2015 heeft Lizzy Plat -Coelers……mijn vriendin én oprichtster van  Barfplaats eindelijk haar boek over het zelf samenstellen van rauwe verse voeding voor honden uitgegeven.

Rauwe voeding voor honden.
Auteur: Lizzy Plat-Coelers Paperback Pagina’s: 142

Steeds meer Nederlanders worden bewust van de voordelen van gezond eten en voor onze honden zijn die voordelen niet anders. Rauwe voeding voor honden is een natuurlijke manier van zelf voeding samenstellen voor honden door gebruik te maken van de beste ingrediënten.
Twijfel je aan de brokken of het blikvoer dat je hond eet? Zou je graag een natuurlijke voeding aan je hond willen voeren? Wil je graag leren om zelf voeding samen te stellen, maar durf je de stap niet te nemen? Of lijdt jouw hond aan gezondheidsproblemen voor wie rauwe, verse voeding misschien een uitkomst kan bieden? Dan biedt dit boek je de kans om te leren wat je moet weten om op een veilige en verantwoorde wijze rauwe, verse voeding samen te stellen voor je pup, volwassen of senior hond!

Dit boek is ook te bestellen via onze website: http://www.plaza33.nl/shop/index.php?main_page=product_info&cPath=528&products_id=20257

BARF

B.A.R.F. >>> Boppers And Rauw Freten
(A.k.a. Biological Appropiate Raw Food)

Een paar jaar geleden maakten wij via het internet kennis met de voedingsmethode B.A.R.F. De afkorting van Bones and Raw Food of Biological Appropriate Raw Food. Vrij vertaald Biologisch verantwoorde rauwe voeding. Een “dieet” voor de hond dat bestaat uit uitsluitend rauwe voeding. Dus rauw vlees, rauwe botten, rauwe groenten…..alles rauw.

Nieuwsgierig als dat we waren zijn we ons gaan verdiepen in deze manier van voeren. Direct eraan beginnen was ook voor ons teveel gevraagd, tenslotte waren ook wij opgevoed met het idee dat rauw vlees vies en eng is en dat botten levensgevaarlijk zijn. Daarbij hadden we een Mucho rondlopen die van een lam & rijstbrokje extra al drie weken aan de dunne ging, hem een halve kip geven leek ons dan ook geen strak plan.

Groovy met zalmkop

Alleen droge brokken hebben ze hier (onder mijn regiem) nooit gegeten. Altijd zat er wel een plakje Rodi bij of wat gekookt lamshart, beetje AHV en dat soort dingen. Puur om de brokken wat interessanter te maken. Een heel klein beetje waren ze dan al aan vlees gewend.

Leren eten hoeft niet meer:-)

Met BARF is het de bedoeling dat je zo veel mogelijk een prooidier benadert. Je voert dus een bepaald percentage rauwe eetbare botten, orgaanvlees, spiervlees en een klein deel plantaardig materiaal. Granen zijn niet verboden, maar ook niet noodzakelijk om te voeren.

Je hoeft niet elke dag een complete maaltijd te voeren, maar je werkt naar een compleetheid in de 14 dagen toe. Je kunt dus gerust, vandaag alleen vlees geven, morgen alleen groenten, overmorgen een visje, dag daarop een halve kip enz. enz.

Jong geleerd part I

Nu is iedereen natuurlijk opgevoed met het idee dat botten eng zijn, gaan splinteren enz. Dat is ook zo……als je ze verhit.

Met BARF geef je alles rauw, dus ook de botten en als je dan ook nog de juiste botten hebt hoef je niet bang te zijn voor splinters.

De juiste eetbare botten zijn de niet-dragende botten van jonge dieren zoals lam en geit (ribben) en de karkassen van klein gevogeltje, konijn of haas. Het is dan de bedoeling dat je rauwe goed bevleesde botten geeft, de zogenaamde RMB’s (Raw Meaty Bones). Daarnaast kun je ook al het klein gevogelte zoals b.v. kwartel, kip, eend, parelhoen in zijn geheel voeren, maar bij gevogelte wordt het meest gebruik gemaakt van “afval” zoals de nekken en de karkassen die relatief voordelig en makkelijk te verkrijgen zijn in vergelijk met een hele kip/eend/parelhoen.

BARF-maaltijd

Runderknieën, mergpijpen, koeienpoten enz. zijn niet geschikt om als voeding te geven, eigenlijk ook niet eens als recreatiebot want die dingen zijn knoerhard en het gebit van de hond slijt ervan als een gek.

Orgaanvlees maakt ook zo’n 10 tot 20% deel uit van de maaltijd. Hiertoe behoren, hart, lever, pens, milt, long, nieren. Darmen officieël natuurlijk ook alleen de meeste honden eten die niet, dus laten wij die bij het samenstellen van een maaltijd maar helemaal buiten beschouwing. Pens is eigenlijk een verhaal apart. Dit orgaan valt voor ons niet strikt binnen de 10/20% grens. Regelmatig (maar niet vaker dan 2 x per maand) krijgen ze hier een maaltijd die soms geheel uit vuile pens bestaat, soms in de vorm van een lap wat voor sommigen een uurtje sleur, trek en eetplezier is. Prettige bijkomstigheid is dat meteen de tandjes weer gepoetst zijn.

Spiervlees hoort het hoofdbestanddeel van de maaltijd te zijn. Spiervlees is dat vlees wat (suf gezegd) het skelet bij elkaar houdt. De lapjes in de vitrine bij de slager behoren allemaal tot het spiervlees. Die lapjes in de vitrine laten we maar liggen anders zou het wel een hele dure hobby worden. Daarbij mogen de honden wel een stukkie vet aan hun vlees hebben en is het vlees uit de vitrine eigenlijk te mooi om ideaal te zijn als hondenvoer.

Voor de honden is b.v. kopvlees goed spiervlees, maar je kunt b.v. ook rundergehakt gebruiken, maar stukken hebben altijd de voorkeur beven gemalen handel. Ook het vlees aan de kip is spiervlees.

Rauw vlees is niet eng om aan je honden te geven. Er zitten geen enge bacterietjes in waar ze ziek van worden. Sommige bacteriën leggen al het loodje in het sterkere maagzuur en voor andere bacteriën zijn honden helemaal niet gevoelig. Voor de bacteriën waar een hond wel gevoelig voor is heeft de hond een immuunsysteem.

Puppy BARF-hap

Wormen krijgen ze er ook niet van, integendeel zelfs, waarom zouden ze ook eigenlijk. Ik krijg ook geen wormen als ik eens een half rauwe biefstuk eet.

Al het vlees dat we geven is afkomstig van dieren die geschikt zijn voor menselijke consumptie.

De groentenmixen maken vraagt naar mijn idee nog de meeste inzet. Het is de bedoeling dat je een mix maakt van verschillende rauwe groenten en deze fijnmaalt in een keukenmachine om op die manier de celwanden van de groente te “kraken”, zodat de hond deze verteren kan. Veel werk, veel rommel en in de regel weinig waardering.

Nog een BARF-maaltijd

Als je dit te veel werk vindt, kan je (net als ik) er ook voor kiezen om de groenten niet te malen, maar licht te blancheren en dan zo te geven. Hoewel het motto is dat het natuurlijk rauw moet zijn geef ik ruiterlijk toe dat onze honden een stukje geblancheerde bloemkool, broccoli, o.i.d. veel lekkerder vinden dan de gemalen mix. Persoonlijk vind ik ook dat een bloemkool in roosjes verdeeld meer massa meegeeft aan de maaltijd dan één of twee eetlepels groentenmix, dat is niet meer dan een sloeber onder in de bak. Het is raar maar waar, maar hier doen ze een moord voor spruitjes.

Vis….hoort er ook nog bij. Liefst vette zeevis zoals zalm en sardines. Vers dan hé, niet uit een blikje. Zalm zijn ze hier dol op, een deal met de plaatselijke visboer levert ons zalmkoppen op die soms al op zich een hele maaltijd vormen. Sardines zijn echte prooidiertjes. Je koopt ze vers, met kop en ingewanden en al en deze geef je in z’n geheel. Hier zijn ze er dol op. Naast zalm en sardines kun je eigenlijk alle soorten vis geven. Hier vinden ze echter de witvis (kabeljauw/wijting) geen pest aan, dus daar doen we maar geen moeite meer voor.

Jong geleerd part II

Dit zijn zo’n beetje de hoofdbestanddelen van ons BARF-dieet. Naast dit alles geven we zo’n één keer per week een sloeber kwark, en zo één tot twee maal per week gooien we een ei in de voerbak, maken we soms een fruitmixje krijgen ze soms nog wat tafelresten. Dit moet je dan zien als een lepeltje rijst en een hapje groente.

Aan extra supplementen geven we nog zalmolie voor de omega 3-vetzuren, zeewier voor het mineralencomplex en de jodium en knoflook voor haar bloedzuiverende werking. Dit krijgen ze gemiddeld zo 2 tot 3 keer per week.

Van brok naar Barf

Naarmate de tijd verstreek gingen de brokken helemaal de deur uit en maakten plaats voor KVV (Kompleet kant en klaar vriesvers vleesvoer). Toen iedereen daar goed en wel aan gewend was werd het tijd om langzaam wat nieuwe dingetjes te introduceren. Eitje erbij (ook rauw natuurlijk) stukje pens, groentenmixje, eendagskuiken :-x en dat soort “veilige” dingetjes.

Stukjes runderspiervlees

Een mooi moment was de eerste keer dat we kipkarkassen zouden geven. Ja, we vonden het eng. Het blijft toch een cultuurschok. Er werd geadviseerd zo’n botje goed vast te houden zodat de hond verplicht was om te kauwen. Aldus geschiedde. Een aantal hadden zoiets van…jaaa????? moeten we dit eten, snapten er geen ui van. Chica, onze oudste en altijd een heel lastige eter geweest zag de kip, zette haar tanden erin, rukte ‘m uit mijn handen en ging ermee vandoor, naar een rustig plekje waar ze prinsheerlijk haar kippie op heeft liggen knagen. Bij haar straalde er echt zoiets vanaf van…hé hé……………………eindelijk écht eten.

Hoofdmoot bleef een tijd de KVV, dit wisselden we af met barf-onderdelen die op dat moment beschikbaar waren.

Kipkarkasje

Iedereen was hier wel tevreden mee. Ondertussen studeerden wij verder op het verschijnsel BARF en leerden de honden stukje bij beetje alles te eten. Vachtjes gingen vooruit, er werd veel minder en betere ontlasting geproduceerd, Mucho kreeg vlees op zijn botten, Chica was helemaal in haar elementje, Dusty had na ongeveer een jaar alleen vers voer ineens geen last meer van haar vlooienallergie en verder hadden we hier in die tijd nooit meer last van virusdiareetjes en dat is vooral bij een bobtail een heel prettig iets.

Naarmate de tijd verstreek ging het opvallen dat de honden de voorkeur gaven aan de BARF-maaltijden, dus van lieverlee kregen die meer en meer de overhand.

Begin 2004 verhuisden we naar Drenthe. Hier stikt het in de omgeving nog van de zelfslachtende slagers. Een walhalla dus voor de barfer. We zijn toen hier en daar contacten gaan aanleggen met leveranciers en zo hadden we in relatief korte tijd bijna alle benodigdheden binnen handbereik. Ook hadden we een grotere schuur waar nog wel een vriezertje bij in kon.


Broer aan de lamsribben

Sinds die tijd zijn er steeds meer KVV-maaltijden vervangen door BARF-maaltijden en vanaf eind 2004 eten onze honden eigenlijk alleen nog maar volgens de BARF-methode.

De honden krijgen hun voer altijd in grote stukken aangeboden, zodat er soms nog flink gewerkt moet worden. Niet alleen halen ze hier een stukje voldoening uit, ook blijven deze grotere stukken vlees langer in de maag waardoor de vertering optimaal is en de opneembaarheid veel groter is dan met gemalen vlees. Fijn gesneden of gemalen vlees reest sneller van maag naar darm dan dat het lichaam het op kan nemen. We zijn er dan ondertussen ook al achter dat we ten opzicht van de KVV een stuk minder in gewicht moeten voeren, want een aantal groeide toch vrij vlot dicht. We gaven dan ook verhoudingsgewijs ineens veel meer spiervlees daar KVV toch hoofdzakelijk uit orgaanvlees bestaat. Even een kwestie dus van het dieet aanpassen zodat iedereen wat beter op gewicht bleef.


Chica tijdens haar favoriete hobby

Sommige mensen verklaren je voor gek. Waarom doe je dit, terwijl er fabrikanten zijn die voor relatief weinig geld ook voer voor je honden maken.

Nou, het antwoord is simpel.

Het is leuk!

De honden vinden het heerlijk! Ze genieten echt van een maaltijd.

Wij weten exact wat we onze honden te eten geven en kunnen indien nodig daar ‘to the point’ wijzigingen in aanbrengen.

Je hebt voldoening van je werk.

Altijd super schone gebitten….hoera!

Het is gezond…in tijden al geen dierenarts meer gezien.

Droge sikken.

Veel minder ontlasting.

Die bekkies als ze de voerontdooibak aan zien komen……wat eten we vandaag???……….goud waard!

We zijn niet afhankelijk van de ideeën en inzichten van voerfabrikanten.


Jong geleerd…part. III

Zijn er dan helemaal geen nadelen aan dit alles? Tuurlijk wel.

Het is meer werk, het inkopen, inpakken om in te vriezen en verwerken van groente en vlees naar eetbaar formaat.
Je moet een of meerdere (grote) vriezers hebben.

Na het eten moet je even bekkies schoonmaken, of je moet geen bezwaar hebben tegen een zoen met zalmsmaak.

Broer snackt wel door:-)

Als we tegenwoordig met het eten beginnen moet er door 8 man sterk gegild en gekrijst worden, hadden we bij de brokken geen last van :-).

Het vraagt wat inzet qua inlezen, zodat je wel weet waar je mee bezig bent.

Voor wie na dit artikel ook geïnteresseerd is in het voeren van BARF en KVV.

Lees je eerst goed in de filosofie achter deze andere manier van voeren. Je kunt een hond die zijn hele leven brok heeft gegeten niet van de een op de andere dag overzetten op BARF. Door de brok die hoofdzakelijk uit koolhydraten bestaat is zijn maagzuur “waterig” geworden. Verder is het hele spijsverteringskanaal wat lui geworden, het hoefde tenslotte niets te doen. Een goed, maar voorzichtig begin is voor alle partijen beter dan te hard van stapel lopen.

Leer over het wezen “de hond”, leer over de dingen die je wel of niet kunt geven, leer de zaken waar je rekening mee moet houden. Je hoeft geen atoomgeleerde te zijn om het voer voor je eigen honden te bereiden. Tenslotte doe je het waarschijnlijk voor jezelf, je man en je kinderen ook al jaren en die leven ook nog steeds.

Chica in “gevecht ” met een penslap

Voordat wij aan dit alles begonnen hebben we ons via verschillende bronnen van informatie voorzien.

Op het forum www.barfplaats.nl is veel informatie te vinden over BARF en KVV. Hoe te beginnen, waar aan te denken, voorbeeldmenu’s enz. Ook kun je daar al je vragen stellen, wat altijd makkelijk is als je ergens je twijfels over hebt, of als je gewoon even iets niet weet. Op www.barfclub.nl vind je ook veel lees- en kijkvoer over BARF.

Geraadpleegde literatuur:

Rauwe voeding voor honden >>>> Mogens Eliassen

Give your dog a bone >>>> Ian Billinghurst

Gezonde jongen honden >>>> Juliette de Bairacli Levy

Wat moet mijn hond eten >>>>> Prof. Donath